Tarieven NVWA blijven te hoog

Foto: Christian Dubovan

Gepubliceerd in Vleesmagazine april 2019 – Industriespecial

De nieuwe controleverordening (OCR) is 14 december 2019 van kracht en zorgt nu al voor de nodige onrust in vleesland.  De tarieven van de NVWA zijn erg hoog dus iedere verandering kan de begroting van een bedrijf onder druk zetten. Logisch dat dit kritisch bekeken moet worden.

Nieuwe controleverordening lastig voor kleine slachterijen

Een groot probleem kan ontstaan bij kleine slachterijen. Volgens de gedelegeerde verordening van 8 februari 2019, aanvulling op controleverordening met betrekking tot officiële controles inzake de productie van vlees, moeten slachterijen die meer dan 1000 grootvee eenheden (GVE) slachten per jaar permanent toezicht krijgen. Nu wordt dat in Nederland nog bepaald door het aantal slachtingen per uur en per week en hebben slachterijen die 4, 20 of 50 GVE per week slachten geen permanent toezicht. Maar met de hoge NVWA-tarieven wordt de overgang naar permanent toezicht voor kleine slachterijen onoverbrugbaar. Bij deze grensbepaling wilde men harmonie creëren, maar dan zou dat ook moeten gelden voor de keuringskosten binnen de EU. Er is wel een escape. De bevoegde autoriteit mag de vastgestelde grenswaarde van 1000 GVE verhogen als de slachthuizen voldoen aan de definitie van een slachthuis met geringe capaciteit en de gezamenlijke jaarproductie niet meer dan 5 % bedraagt van de totale in de lidstaat geproduceerde hoeveelheid vers vlees. Qua productiegrootte moet dat lukken! Een definitie van ‘slachthuis met geringe capaciteit’ kan de NVWA zelf invullen met een risicoanalyse en aanduiding dat het slachten alleen tijdens een deel van de werkdag plaatsvindt of tijdens de gehele werkdag maar niet op iedere werkdag van de week. Dat biedt dus kansen.

Vleeskeuringen en officiële controles

Verder biedt de gedelegeerde verordening criteria en voorwaarden voor bepaalde taken met betrekking tot vleeskeuringen in slachthuizen en officiële controles. Zo mogen controles en audits bij uitsnijderijen ook gedaan worden door ander personeel dan de officiële dierenarts en officiële assistent. Onder bepaalde voorwaarden mogen AM-keuringen onder toezicht van een officiële dierenarts ook door een officiële assistent worden uitgevoerd.

En in plaats van in het slachthuis kan straks ook op het bedrijf van herkomst een AM-keuring worden uitgevoerd. Dit zou meer efficiëntie bieden voor de controle op onder andere dierenwelzijn en hygiëne van dieren.

Slachthuispersoneel dat bijstand verleent bij officiële controles en andere vormen van controle moeten ‘tot tevredenheid van de bevoegde autoriteiten’ opgeleid worden. Daarbij moet voldaan worden aan de minimumvoorschriften van de opleiding, voor zover relevant voor hun bijstandstaak.

Beroepsprocedure tarieven NVWA

Op dit moment loopt een interessante beroepsprocedure over de hoogte van de NVWA-tarieven.  Vier grote varkensslachterijen hebben het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) ingeschakeld omdat zij van mening zijn dat de tarieven van de NVWA 33% te hoog zijn. Op 17 juli 2018 is een voorlopige conclusie getrokken. De NVWA heeft opleidingskosten onterecht geïnd, geeft onvoldoende inzicht in opbouw tarieven, geeft onvoldoende informatie en inzicht voor residucontroles, toeslag buiten opening, uitlooptoeslag, toeslag te late afmelding en extra kwartieren en daadwerkelijke kosten’.

Want voordat het College definitief uitspraak kan doen wil men van het Europese Hof van Justitie eert weten wie precies worden bedoeld met ‘personeel betrokken bij officiële controles’ en ‘personeel dat betrokken is bij de officiële controles. En wat wordt bedoeld met ‘vergoedingen mogen niet hoger zijn dan de door de bevoegde autoriteiten gedragen kosten’ in verband met aangevraagde kwartieren maar feitelijk niet gewerkte kwartieren.

Opvoeren kosten NVWA erg ruim genomen

De salarissen van het personeel dat betrokken is bij officiële controles en de kosten voor het personeel dat betrokken is bij de uitvoering ervan (inclusief kosten voor installaties, instrumenten, uitrusting, opleiding, alsmede reis- en daarmee verband houdende kosten mogen volgens de richtlijnen worden opgevoerd voor de berekening van de controlekosten van de NVWA. Maar de NVWA voert ook posten op als huisvesting, algemene materiële kosten, afschrijvingskosten, bureaukosten, dienst uitvoering ICT, specifieke kosten als dienstkleding, reiskosten woon-werkverkeer, inhuur overig personeel en overige personeelskosten. Maar mag dat wel? Lidstaten hebben de ruimte om een hoger tarief in rekening te brengen, zolang dit de werkelijke kosten niet overschrijdt. Maar deze kosten zijn toch wel erg ruim geïnterpreteerd. Hier komt dus nog antwoord op. In de tussentijd is de NVWA al begonnen met het terugbetalen van de teveel betaalde opleidingskosten van personeel dat niet direct betrokken was bij de officiële controles. Dit gaat over de periode van 17 juli 2018 (uitspraak CBb) en 31 december 2018 en geldt voor alle bedrijven. Het betreft 6,9% over de NVWA tarieven en 7,9% van de KDS tarieven. De NVWA-tarieven voor 2019 zijn hierop al bijgesteld. Een soortgelijke zaak heeft eerder in Denemarken gespeeld.

Nu is het wachten op de uitspraak van het Europese Hof. Dan kan gekeken worden of de slachterijen ook in het gelijk worden gesteld op de andere punten. Dan gaat het om een grote som geld. Naast de vier grote varkensslachterijen zijn er nog ruim 400 bedrijven die soortgelijke bezwaren hebben open staan. Bedrijven die niet in bezwaar zijn gegaan kunnen dat niet met terugwerkende kracht doen. De NVWA zal de ontstane gaten moeten dichten en dan is artikel 80 van de OCR een uitkomst. Daarin staat dat lidstaten ook ‘andere vergoedingen of heffingen’ mogen innen voor de dekking van de officiële controles en activiteiten. Dus linksom of rechtsom, zolang de politiek wil dat de NVWA kostendekkend werkt blijven de tarieven (te) hoog. Er is geen rem. 

Yvon Bemelman