Voedselfraude voorkomen in de vleesketen

Gepubliceerd in Vleesmagazine oktober 2020

Voedselfraude is iets van alle tijden. Voedselfraude is opzettelijk illegaal gedrag rond voedsel, gericht op economisch gewin. In Nederland is vooral de vleesketen een geplaagde sector met het paardenvleesschandaal nog vers in het geheugen.

Geschat wordt dat er wereldwijd met zo’n 5 – 10% van het voedsel wordt gefraudeerd. Wettelijk gezien staat het nog in de kinderschoenen. Er was nooit echt aandacht voor. In de RASFF (Rapid Alert System) werden wel fraudegevallen genoemd, maar deze hadden alleen te maken met voedselveiligheid. Fraude gaat verder. Je hebt administratieve fraude zoals gewone ham voor parmaham verkopen of regulier vlees voor biologisch vlees en je hebt fysieke fraude zoals het vervangen van een ingrediënt voor een goedkoper alternatief zoals paard voor rund of het witwassen van ongeschikte levensmiddelen zoals afgekeurde karkassen of dierlijke bijproducten.

Foto door Tara Winstead via Pexels

Voedselfraude en de nieuwe controleverordening

Voedselfraude wordt met de komst van de nieuwe controleverordening 625/2017 wel wettelijk opgepakt. Bedrijven zijn verplicht een risico-analyse te maken naar mogelijkheden van voedselfraude in de keten. Ook wel VACCP genoemd waarbij gebruik gemaakt wordt van de principes voor de borging van voedselveiligheid: HACCP (Hazard Analysis and Critical Control Points).

Er zijn volgens de NVWA verschillende type daders van fraude. Dit zijn bedrijven die onder toezicht staan, frauderende bedrijven die bewust onder de radar van de NVWA proberen te blijven, buitenstaanders zoals personen of bedrijven die geen link hebben met de voedselindustrie en bedrijven met georganiseerde criminaliteit. De voorkant van het bedrijf ziet er legitiem uit maar aan de achterkant zijn de processen ingericht tot het plegen van fraude.

Fraudeurs willen natuurlijk niet dat mensen ziek worden van het product, want dat valt op. Het tumblen van kip en het toegevoegde water niet op het etiket vermelden of huzarensalade met minder vlees dan op het etiket vermeld geeft geen voedselveiligheidsrisico. Wel is het misleiding waarbij de consument wordt opgelicht en oneerlijke concurrentie. Als de fraudeur stoffen in het product verdoezelt met een risico voor de consument zoals het illegaal toevoegen van nitriet is er wel sprake van een voedselveiligheidsrisico.

Het paardenvleesschandaal kwam via de RASFF naar voren omdat het (ook) te maken had met voedselveiligheid. Ons voedsel is veiliger dan ooit, maar door fraude is het consumentenvertrouwen niet hoog volgens de Raad van de EU. En daarom komen zij naast de nieuwe controleverordening tevens met aanvullende adviezen en eisen.  Nu werken AAC (Assistance and Cooperation System) en RASFF intensief samen om de pakkans te vergroten. Eind 2020 zal de AAC volledig geïntegreerd zijn in de RASFF. Vanaf 14 december 2019 zijn alle lidstaten verplicht om alle vermoedens in de voedselketen te melden via een eigen IT tool, het AAC-FF systeem. Dit systeem bestaat sinds 2015 en telt jaarlijks meer en meer fraudezaken. Zo waren er in 2016 nog 157 meldingen, in 2019 waren dit er 292. Nu met de verplichting tot melden  zal dit zeker nog verder oplopen. 

Top 5 fraudemeldingen

De top 5 categorieën fraudemeldingen in de EU zijn in 2019: 1. Vetten en oliën, 2. Vis en visproducten, 3. Vlees en vleesproducten, 4. Groente en fruit en op 5. Kip en kipproducten. De meeste fraude in 2019 werd gepleegd door misleidende etiketten (47%) zoals biologisch, gevolgd door vervanging van goedkopere ingrediënten (20%) zoals varken of paard voor rund, en illegale handeling (16%) zoals het toevoegen van nitriet in vers vlees, fraude met documenten (15%) zoals afwezig, vals of gemanipuleerd en misbruik van beschermde namen als ‘extra virgin’ olie. In Nederland heeft voedselfraude vooral te maken met vlees(producten), (vis)producten, veevoer en eieren. 

Voedselfraude is geen juridisch begrip. De NVWA kan alleen wettelijk optreden als de prioriteit ligt bij voedselveiligheid met betrekking tot misleiding en voedselfraude. Met de gebruikelijk inspecties komen dit soort zaken nauwelijks aan het licht. Daarom heeft de NVWA de divisie Inlichtingen- en Opsporingsdienst (NVWA-IOD) opgericht. Deze werkt samen met het Functioneel Parket van het Openbaar Ministerie. De NVWA-IOD richt zich op voornamelijk op complexe, ketengerichte, georganiseerde en/of internationale voedselfraude die het vertrouwen aantast, de voedselveiligheid in gevaar brengt of die de gezondheid van dieren en planten schaadt. Zoals het paardenvleesschandaal, subsidiefraude en illegale handel in diergeneesmiddelen.

Karen Gussow, coördinerend specialistisch inspecteur bij de NVWA-IOD geeft aan dat het beter werkt om de pakkans te verhogen dan om de boetes te verhogen. Dit wil zij doen door externe meldingen te combineren met data-analyses, doorzoekingen en inbeslagnames. In haar proefschrift schrijft ze dat deze aanpak leidt tot het ontdekken van goed onthulde fraude.

Hoewel fraudeurs actief buiten beeld van de NVWA vallen waardoor zij moeilijk een totaalbeeld kunnen geven van de totale omvang signaleren zij wel dat er ontwikkelingen zijn dat voedselfraude toeneemt. De mogelijkheden nemen toe door bijvoorbeeld de komst van de circulaire economie waarbij van afval weer voedingsmiddelen worden gemaakt, zoals bier van mest. En  de winstgevendheid neemt toe door bijvoorbeeld de opkomst van regionale en streekproducten.

Het maken van een VACCP is dan ook een kunst apart. Bedrijven die hier weinig aandacht aan besteden hebben meer kans (onbewust) misleid te worden door fraudeurs die hier een oog voor hebben. Lastig, want bij onbewuste misleiding maak je je ook schuldig aan voedselfraude omdat je VACCP dan niet goed (genoeg) is. Tja, die wetgeving zit steeds slimmer in elkaar.

Yvon Bemelman