Tijdens het commissiedebat Dieren in de veehouderij en NVWA van 23 april 2026 stond de risicobeoordeling van de roodvlees- en grofwildketen op de agenda. Het rapport is opgesteld door Bureau Risicobeoordeling & Onderzoek van de NVWA, kortweg BuRO.
BuRO adviseert om het stelsel waarmee voedselveiligheid, diergezondheid en dierenwelzijn worden geborgd te hervormen. De aandacht moet niet alleen uitgaan naar de controle van een individueel karkas aan het einde van het proces. De keten begint eerder.
Een dier leeft op een bedrijf, krijgt voer, kan ziek worden, wordt vervoerd, komt soms via een verzamelplaats bij de slachterij terecht en gaat daarna als karkas, deelstuk of verwerkt product verder de markt in. Een risico dat vroeg in de keten ontstaat, kan later terugkeren.
Klassieke benadering | Ketenbenadering |
Controleer het karkas | Kijk ook naar herkomst, diergezondheid en voer |
Beoordeel één bedrijf | Bekijk patronen tussen bedrijven en schakels |
Registreer een afwijking | Analyseer waar die afwijking ontstaat |
Controleer formulieren | Gebruik informatie om risico’s eerder te herkennen |
Kijk terug na een incident | Signaleer trends voordat het misgaat |
Meer aandacht voor hygiëne in het slachthuis
Voor de microbiologische voedselveiligheid blijft fecale bezoedeling van karkassen een belangrijk risico. BuRO adviseert om strikter toe te zien op het voorkomen daarvan en om het toezicht op de hygiëne in het slachthuis te intensiveren. Ook Salmonella op varkensvlees vraagt volgens BuRO gerichte aandacht.
Dat raakt de dagelijkse praktijk. Een slachterij kan veel registreren en toch de kern missen wanneer onvoldoende wordt gekeken naar:
- de aanvoer van dieren;
- de mate van verontreiniging;
- het slachtproces;
- terugkerende afwijkingen per leverancier;
- verschillen tussen productiedagen of koppels;
- de opvolging van trends.
De vraag wordt dus niet alleen: is dit karkas schoon? De betere vraag wordt: “Waarom zien wij deze afwijking, waar ontstaat zij en welk patroon zit erachter?”
Dierenwelzijn, diergezondheid en voedselveiligheid lopen door elkaar
BuRO kiest nadrukkelijk voor een integrale benadering. Bioveiligheid op het primaire bedrijf raakt niet alleen diergezondheid. Zij raakt ook dierenwelzijn, antibioticagebruik, antibioticaresistentie en uiteindelijk voedselveiligheid.
Hetzelfde geldt voor transport. Het mengen van dieren van verschillende herkomst kan leiden tot stress en ziekteverspreiding. De toestand waarin dieren bij een slachterij aankomen, heeft gevolgen voor het dier én voor het proces.
Onderwerp | Raakt aan |
Huisvesting en bioveiligheid | Diergezondheid, antibioticaresistentie en voedselveiligheid |
Transport en verzamelplaatsen | Dierenwelzijn, ziekteverspreiding en traceerbaarheid |
Slachtsnelheid en procesbeheersing | Dierenwelzijn en hygiëne |
Bezoedeling van karkassen | Microbiologische voedselveiligheid |
Diergeneesmiddelen | Diergezondheid, residuen en volksgezondheid |
Herkomstinformatie | Risicoselectie, terugkoppeling en ketenregie |
Daarmee verschuift de discussie. Niet ieder probleem kan nog bij één schakel worden neergelegd.
Meer data en technologie
BuRO adviseert de NVWA om gegevens intensiever te verzamelen, te verwerken en te ontsluiten. Ook wordt gepleit voor vroegsignalering van nieuwe risico’s en voor het gebruik van nieuwe technologieën, zoals sneltesten, gevalideerde sensortechnologie en artificial intelligence.
De overheid wil informatie kunnen gebruiken om risico’s te vergelijken, patronen te herkennen en eerder ingrijpen.
Van vleeskeuring naar meat safety assurance
Een opvallend onderdeel van het BuRO-advies is de verwijzing naar een zogenoemd meat safety assurance system, kortweg MSAS.
Het idee daarachter is dat voedselveiligheid sterker wordt gestuurd vanuit de hele keten. Primaire bedrijven, slachterijen en vleesverwerkers dragen verantwoordelijkheid voor beheersing en terugkoppeling. De overheid stelt duidelijke doelen en houdt toezicht op het systeem.
De voedselketeninformatie, VKI, kan daarin een belangrijkere rol krijgen. Niet als formulier dat wordt meegestuurd omdat het moet, maar als informatiebron waarmee risico’s worden gecategoriseerd en teruggekoppeld.
BuRO beschrijft zelfs dat op termijn onderdelen van de individuele keuring van ieder slachtdier mogelijk anders kunnen worden ingericht wanneer zo’n systeem aantoonbaar functioneert. Vrijgekomen capaciteit kan dan worden ingezet op proceshygiëne, diergezondheid en dierenwelzijn.
Dat is nog geen vastgesteld beleid. Maar het laat wel zien waar de beweging heen gaat.
Niet alleen meer controle, maar andere controle
Het rapport van BuRO wijst op niet alleen méér controle, maar een andere verdeling van controle.
Oude nadruk | Nieuwe nadruk |
Individuele keuring | Risicogerichte ketenbeheersing |
Momentopname | Historische patronen |
Registratie | Analyse |
Bedrijfsgrens | Ketenregie |
Papieren bewijs | Bruikbare data |
Reactie op overtreding | Vroegsignalering |
Dat kan de voedselveiligheid versterken. Maar er zit ook een risico in. Grote ondernemingen beschikken vaak over QA-afdelingen, digitale systemen en dashboards. Voor kleine en middelgrote bedrijven is die uitgangspositie anders. Daar zit veel kennis in de hoofden van ervaren medewerkers en in korte lijnen op de werkvloer.
Het zou verkeerd zijn wanneer vakmanschap wordt verdrongen door een digitale werkelijkheid die nauwelijks nog aansluit op de praktijk.
Conclusie: De praktijk raakt ondergeschikt aan het protocol. De sector wordt dichtgeregeld, en wie het systeem niet kan bijhouden valt af.
Bron: https://www.tweedekamer.nl/debat_en_vergadering/commissievergaderingen/details?