EU-referentiecentrum voor bedreigde dierenrassen

De Europese Commissie heeft een verordening aangenomen waarbij een referentiecentrum van de Europese Unie (“EURC”) wordt aangewezen voor bedreigde dierenrassen. Het centrum moet een wetenschappelijke en technische bijdrage leveren aan de vaststelling of harmonisatie van  methoden voor behoud van bedreigde dierrassen of de genetische diversiteit die binnen die rassen bestaat. Dit centrum komt tot stand op verzoek van de bevoegde autoriteiten van sommige lidstaten en de industrie.

De EURC is op 1 januari 2023 van start gegaan. Het omvat fokdieren van vijf soorten: runderen, schapen, geiten, varkens en paarden. De belangrijkste doelstellingen zijn het faciliteren van het fokken van bedreigde rassen en het versterken van grensoverschrijdende activiteit door:

  • vaststelling van minimumcriteria voor classificatie van een ras als een bedreigd ras;
  • het ontwikkelen of harmoniseren van methoden voor de instandhouding van bedreigde rassen of de genetische diversiteit binnen die rassen;
  • het vergemakkelijken van  uitwisseling tussen lidstaten van informatie.

 

De taken van een dergelijke EURC zijn een resultaat van het actieplan van de Europese strategie voor genetische hulpbronnen . Deze werd gelanceerd op 30 november 2021. De Strategie is een product van het GenRes Bridge Project, een Horizon 2020-project dat werd geselecteerd onder het call-onderwerp “Samenwerking voor GenRes en biodiversiteitsbeheer”. Het onderwerp was gericht op het versterken van de capaciteit voor een effectiever beheer en gebruik van genetische hulpbronnen als basis voor voedsel- en voedingszekerheid in Europa en daarbuiten. Het behoud en duurzaam gebruik van genetische hulpbronnen is gekoppeld aan de EU Green Deal, en in het bijzonder aan de EU-biodiversiteitsstrategie en de “van boer tot bord”-strategie, en ander Europees beleid, zoals het gemeenschappelijk landbouwbeleid van de EU (GLB) en de Fokkerijverordening.

De totale kosten van het project bedragen € 100.000 per jaar. De EURC zal worden geleid door een consortium van drie partners in Nederland, Frankrijk en Duitsland.