De Europese Commissie kiest in 2026 een opvallend duidelijke boodschap: “No safe food without safe feed.” Geen veilig voedsel zonder veilig voer. [1]
Dat klinkt logisch. Toch worden voer, diergezondheid en voedselveiligheid in de praktijk nog vaak als aparte werelden behandeld. De veehouder kijkt naar het dier. De voerleverancier naar zijn grondstoffen. De slachterij naar karkassen en microbiologie. De vleesverwerker naar het eindproduct. De winkel naar het etiket en de houdbaarheid.
Maar een risico stopt niet bij de deur van een bedrijf. Wat een dier eet, waar het leeft en welke middelen het krijgt toegediend, kan uiteindelijk terugkomen in vlees, melk, eieren, vis of honing. Soms als microbiologisch risico. Soms als chemisch residu. Soms als resistente bacterie.
Voor bedrijven die producten van dierlijke oorsprong produceren, verwerken of verkopen, is één conclusie onvermijdelijk: De kwaliteit van het eindproduct wordt mede bepaald vóórdat het dier bij de slachterij of de verwerker aankomt.
Van soja en graan naar vlees, melk en eieren
Diervoeder kan risico’s bevatten die rechtstreeks of indirect doorwerken in de keten.
Mogelijk risico in voer | Mogelijk gevolg | Waar kan het zichtbaar worden? |
Bestrijdingsmiddelenresiduen in soja, graan of ruwvoer | Blootstelling van het dier en mogelijke residuen in dierlijke producten | Vlees, vet, melk en eieren |
Mycotoxinen door schimmelgroei | Diergezondheidsproblemen en mogelijke overdracht van bepaalde toxinen | Vooral melk, maar ook dierprestaties en uitval |
Zware metalen, dioxinen of PCB’s | Ophoping in het dier, soms vooral in vet | Vlees, vet, melk, vis en eieren |
Onjuiste dosering van toevoegingsmiddelen | Te hoge opname of residuen | Dier en eindproduct |
Diergeneesmiddelen via gemedicineerd voer | Residuen wanneer dosering of wachttijd niet klopt | Vlees, melk, eieren en vis |
Microbiologische besmetting, zoals Salmonella | Besmetting op het bedrijf en verdere verspreiding | Dieren, slachterij, product en omgeving |
Versleping tussen productiebatches | Onbedoelde blootstelling | Vooral bij voerfabrieken en gemedicineerd voer |
Niet ieder aangetroffen spoor betekent direct gevaar. Maar iedere schakel moet weten welke risico’s hij beheerst en waarop hij controleert.
Rundervet staat niet voor niets op de controlelijst
EFSA heeft in het recent gepubliceerde rapport The 2024 European Union report on pesticide residues in food ook rundervet opgenomen in het Europese monitoringsprogramma.
De percentages MRL-overschrijdingen zijn laag, maar liepen wel op:
Jaar | MRL-overschrijding bij rundervet |
2018 | 0,10% |
2021 | 0,05% |
2024 | 0,20% |
Dat is geen reden voor paniek. Wel voor aandacht. Vooral omdat vetrijke dierlijke producten een ander risicoprofiel kunnen hebben dan magere producten.
Diergeneesmiddelen en antibioticaresistentie
Ook diergeneesmiddelen maken deel uit van dezelfde keten. De regels zijn vastgelegd in onder meer:
- Verordening (EU) 2019/6 over diergeneesmiddelen;
- Verordening (EU) 2019/4 over gemedicineerd voer;
- Verordening (EU) nr. 37/2010 over maximale residulimieten in levensmiddelen van dierlijke oorsprong.
Daar komt antibioticaresistentie bij. EFSA waarschuwde in 2025 dat carbapenemase-producerende Enterobacterales, kortweg CPE, niet langer uitsluitend een ziekenhuisprobleem zijn. Deze resistente bacteriën worden inmiddels ook aangetroffen bij voedselproducerende dieren en in voedselproducten.
Voor slachterijen en vleesverwerkers betekent dit dat hygiëne, omgevingsmonitoring en trendanalyse steeds belangrijker worden. Niet als papieren oefening, maar als vroegtijdig waarschuwingssysteem.
Van productcontrole naar ketencontrole
De richting is duidelijk. Europese wetgeving kijkt steeds meer integraal naar voedsel, voer, diergezondheid en officiële controles. Verordening (EU) 2017/625 inzake officiële controles brengt die werelden samen in één toezichtskader.
Voor bedrijven betekent dit dat een goedgekeurde leverancier alleen niet meer genoeg is. De relevante vragen worden scherper:
Klassieke vraag | Betere vraag |
Voldoet het product? | Welke risico’s zijn beoordeeld en waarop is getest? |
Is de leverancier gecertificeerd? | Voor welke producten, landen en risico’s is die leverancier aantoonbaar beheerst? |
Is het vlees microbiologisch in orde? | Hoe zijn voer, diergezondheid, residuen en herkomst geborgd? |
Is de partij traceerbaar? | Kunnen we bij een afwijking ook echt terug naar de bron? |
De kern
Een schoon eindproduct ontstaat niet alleen aan het einde van de lijn. Het ontstaat in de hele keten. Bij het voer, bij het dier, bij de leverancier en in de verwerking.
Voor ondernemers in de dierlijke keten die grip willen houden op voedselveiligheid, moeten verder kijken dan het eindproduct en eerder in de keten beginnen.
Bron: https://food.ec.europa.eu/food-safety/campaign-2026/feed-safety_en?