Krijgen we schaarste in de voedselketen?

Eind 2022 is bij de overheid een verzoek binnengekomen om informatie over noodplanning in geval van voedselschaarste en over het Europese mechanisme voor paraatheid en respons bij voedselzekerheidscrises (EFSCM). Het verzoek is gedaan op basis van de Wet open overheid (Woo).  

In april 2023 is antwoord gegeven vanuit het Ministerie van Economische Zaken. Bij een eventuele voedselcrisis is het Ministerie van Economische Zaken (EZK) verantwoordelijk.  Uit onderzoek van de Rekenkamer blijkt dat er van aardolie, medicijnen, medische hulpmiddelen en contant geld wel voorraden worden bijgehouden. Maar dat er geen strategische voorraad van gas en voedsel wordt aangehouden. Ook is er weinig vooruitgang geboekt met het aanwijzen van nationale reserves van grondwater. 

In het draaiboek ‘Ketenaanpak Voedseldistributie in extreme situaties’ uit 2017 staat dat EZK het bedrijfsleven maatregelen kan opleggen op basis van noodwetten waarbij goederen en diensten gevorderd kunnen worden.

Voorraden voedselketen tot minimum beperkt

In het rapport staat dat de afgelopen jaren de logistieke systemen in de productie- en distributieketen van de levensmiddelenindustrie erg veranderd zijn. In de huidige logistieke ketens zijn voorraden tot een minimum beperkt. Er worden vaker kleinere hoeveelheden besteld en veel productielocaties zijn verplaatst naar het buitenland. Voor een constante stroom van voeding is Nederland afhankelijk van een goede ketenregie (afstemming tussen goederenketens en vervoersmiddelen). In 2015 heeft EZK een pilot uitgevoerd wat heeft geleid tot een actueel beeld van de keten van productie en distributie. Met als aanbeveling om bij de aanpak van schaarste in de koude fase een publiek-private samenwerking op te zetten tussen directoraat-generaal Bedrijfsleven en Innovatie (B&I) en marktpartijen uit de levensmiddelenindustrie en transportwereld.

Crisistypen volgens B&I 

  • Algehele schaarste aan goederen of diensten waaronder voedsel.
  • Acute behoefte aan goederen of diensten waarin niet op reguliere wijze kan worden voorzien.
  • (Dreigende) schaarste levensmiddelen

Maatregelen die daarbij horen zijn o.a.:

  • Beschikbaar stellen van een schaars goed, bijvoorbeeld voedsel in geval van schaarste.
  • Prioritering, voorrang aan bepaalde groepen bij beschikbaarstelling van schaars goed.
  • Hamsterverbod en rantsoenering.
  • Generieke bevoegdheden tot vordering, algemeen toepasbaar.
  • Maatregelen jegens bedrijven in de voedselketen ten aanzien van voedselvoorziening

Bij de aanpak van voedselschaarste heeft EZK een rol bij het nemen van maatregelen ten aanzien van het bedrijfsleven ten behoeve van de voedselketen, zie figuur.

Bron: Bestuurlijke netwerkkaarten crisisbeheersing (IFV, 2015b)

EFSCM

In de Europese Unie (EU) is men bezig met het uitwerken van het Europees mechanisme voor crisisparaatheid en -respons op voedselzekerheid (EFSCM). Deze bestaat uit een groep van deskundigen die werken volgens vaste regels en procedures. Samen met belanghebbende organisaties die een rol spelen in de voedselvoorzieningsketen (ook bepaalde niet-EU-landen). De Commissie kan in geval van nood of crisis de groep bijeen roepen. Het mechanisme wordt geactiveerd in geval van uitzonderlijke, onvoorspelbare en grootschalige gebeurtenissen of risico’s die de voedselvoorziening of de veiligheid van de EU in gevaar kunnen brengen.

Aanpak van voedselcrises in de EU

  • Een gezamenlijke aanpak van alle publieke en private partijen die een rol spelen in de voedselvoorzieningsketen;
  • Horizontale coördinatie op politiek en bestuurlijk niveau, met name wanneer de crisis wordt veroorzaakt door factoren buiten de voedselvoorzieningsketen, zoals het geval was bij de Covid-19-pandemie en de Russische invasie van Oekraïne;
  • Monitoring van marktonevenwichtigheden en waar nodig snel ingrijpen met behulp van beschikbare instrumenten, zoals die welke bestaan in het kader van het GLB en het GVB;
  • Toeleveringsketens en handelsstromen die operationeel blijven, ook voor non-foodsectoren die essentieel zijn voor het functioneren van de voedselvoorzieningsketen;
  • Zoveel mogelijk vrij verkeer van grensoverschrijdende en seizoenarbeiders in de voedingssector;
  • Vroegtijdige, regelmatige en transparante communicatie met belanghebbenden en het publiek om te voorkomen dat de crisis wordt verergerd door ongepaste informatie.