Minder antibioticaresistentie bij landbouwhuisdieren

Darmbacteriën in landbouwhuisdieren zijn de afgelopen tien jaar steeds minder resistent geworden tegen antibiotica. Dat blijkt uit de NethMap/MARAN-rapportage van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), Wageningen Food Safety Research (WFSR), Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) en Universiteit Utrecht (UU). De instituten monitoren in opdracht van de overheid de antibioticaresistentie bij zowel mens en dier als in voeding.

Monitoring
De antibioticaresistentie wordt jaarlijks in landbouwhuisdieren gemonitord. Voor dit doel neemt de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA) steekproefsgewijs monsters van vleeskuikens, varkens en vleeskalveren. Deze worden bij de WBVR aangeboden voor onderzoek naar antibioticaresistentie. Kees Veldman (WBVR) is hoofd van het Nationaal Referentie Laboratorium voor Antibioticaresistentie in dieren. Hij is verantwoordelijk voor de monitoring van antibioticaresistentie bij landbouwhuisdieren en key editor van het MARAN-rapport. “Naast E. coli onderzoeken we binnen ons monitoringsprogramma ook Salmonella- en Campylobacter-bacteriën. Deze bacteriën zijn belangrijke veroorzakers van voedselinfecties en daarom vanuit het oogpunt van volksgezondheid belangrijk om goed te monitoren.”

“ De resistentie in vleeskuikens is gedaald naar het laagste niveau sinds 1998 ”
   Kees Veldman, expert antibioticaresistentie in dieren bij WBVR

Uit het WBVR-monitoringsonderzoek blijkt dat de antibioticaresistentie van darmbacteriën bij alle landbouwhuisdieren de afgelopen tien jaar afneemt. “Opvallend in de resultaten van deze rapportage, is dat de antibioticaresistentie bij vleeskuikens is gedaald tot het laagste niveau sinds 1998”, vertelt Veldman. Een belangrijke verklaring hiervoor is een forse daling van het antibioticagebruik in de pluimveehouderij. “Uit cijfers van de Autoriteit Diergeneesmiddelen blijkt dat het antibioticagebruik bij vleeskuikens in 2021 is gedaald met 31,7 procent ten opzichte van het voorgaande jaar.”

Whole genome sequencing
Naast de monitoring van antibioticaresistentie met behulp van bacteriën, werd ook ‘whole genome sequencing’ ingezet. Informatie uit deze genetische analyse wordt gerapporteerd aan de European Food Safety Authority (EFSA). “De genetische analyse richt zich in het bijzonder op het zogenoemde enzym extended spectrum beta-lactamase (ESBL) dat sommige bacteriën produceren”, vertelt Mike Brouwer. Hij is bij WBVR als moleculair bioloog verantwoordelijk voor
het onderzoek naar de genetische achtergrond van de gevonden antibioticaresistenties binnen het monitoringsprogramma.

“Deze nieuwe techniek levert veel meer informatie op, zoals verwantschap tussen bacteriën ”

Mike Brouwers, moleculair bioloog bij WBVR
Tot voor kort werd voor de ESBL-producerende bacteriën E. coli het resistentiepatroon gemeten met een gevoeligheidstest. Het afgelopen jaar is dit voor het eerst vervangen door een nieuwe techniek, genaamd ‘whole genome sequencing’. Onderzoek wijst uit dat de genetische analyse dezelfde informatie geeft als de gevoeligheidstesten. “Bovendien levert de ‘whole genome sequencing’ nog veel meer informatie op, zoals verwantschap tussen bacteriën.”
WBVR is een van de eerste Europese instituten die gebruikt maakt van ‘whole genome sequencing’ bij de monitoring van antibioticaresistentie in landbouwhuisdieren. “De bedoeling is dat ook andere onderzoeksinstellingen deze methodiek gaan implementeren. Zolang dat nog geen standaard is, blijven wij naast de genetische analyse ook de gevoeligheidstest gebruiken”, aldus Brouwer.

Antibioticagebruik
In 2021 zijn minder antibiotica verkocht en gebruikt voor landbouwhuisdieren dan in 2020. In vergelijking met het referentiejaar 2009 is de verkoop van antibiotica voor landbouwhuisdieren met 70,8 procent gedaald, zo blijkt uit een recente publicatie van de Autoriteit Diergeneesmiddelen (SDa). Sinds 2015 gelden voor gebruik bij dieren strikte regels voor het gebruik van antibiotica die cruciaal zijn om infecties bij de mens te behandelen. Dergelijke antibiotica mogen alleen bij hoge uitzondering worden gebruikt voor bestrijding van infecties bij dieren.

Antibioticaresistentie
Uit de NethMap/MARAN-rapportage blijkt verder dat het aantal bacteriën dat resistent is tegen antibiotica de afgelopen twee jaar gelijk is gebleven. Bij sommige bacteriesoorten is de resistentie afgenomen ten opzichte van eerdere jaren. Ook het aantal bacteriën dat resistent is tegen meerdere antibiotica tegelijk is stabiel, constateren de onderzoekers van WBVR en het RIVM.
Antibioticaresistentie is wereldwijd een toenemend probleem. In Nederland worden antibiotica alleen voorgeschreven als het echt nodig is, waardoor de selectiedruk op resistente organismen kleiner wordt. Waakzaamheid blijft hierbij geboden; het monitoren van antibioticaresistentie en antibioticagebruik is daarbij een belangrijk hulpmiddel.

One Health
Maatregelen om antibioticaresistentie te bestrijden, richten zich niet alleen op de mens. Resistente bacteriën komen ook voor bij dieren, in voeding en in het milieu. Vanuit de One Health-aanpak is de monitoring dan ook gericht op dit totale spectrum.

Britten onderzoeken verdenking MKZ op varkensbedrijf
24-06-2022 Het Britse plattelandsministerie Defra onderzoekt een mogelijk geval van mond- en klauwzeer (MKZ) op een varkensbedrijf in graafschap Norfolk. Eerste indicaties zijn dat het niet om MKZ gaat heeft het ministerie meegedeeld. Het ministerie laat echter verdere testen uitvoeren om een besmetting volledig uit te sluiten.
De Britse autoriteiten hebben donderdagavond laat een 10 kilometer beschermingszone ingesteld rond de varkenshouderij in de plaats Brandon waar verdachte verschijnselen waren geconstateerd. “We onderzoeken op dit moment een verdacht geval van mond- en klauwzeer in Engeland. Uit voorzorg zijn een transportverbod en een tijdelijke beschermingszone afgekondigd. Voorlopige testen geven geen aanwezigheid van de ziekte aan maar verder werk wordt ondernomen om het volledig uit te sluiten”, is de mededeling van het ministerie.
Directeur Zoe Davies van de National Pig Association: “We zijn in angstige afwachting van de resultaten en houden onze ‘fingers crossed’ en bidden dat het geen MKZ is.”
Vrijdagavond 24 juni 2022 bevestigde het hoofd van de veterinaire dienst van het Verenigd Koninkrijk dat de infectie geen MKZ was. De veterinaire dienst vermoedt dat het om een vesiculaire varkensziekte gaat. Dit is nog steeds een meldingsplichtige ziekte, maar hopelijk minder ernstig dan een nieuwe MKZ-uitbraak zou zijn.

Kamerbrief Stand van zaken uitbraak apenpokken.
24-06-2022 Minister Kuipers (VWS) informeert de Tweede Kamer over de stand van zaken uitbraak apenpokken. Zie: https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-volksgezondheid-welzijn-en-sport/documenten/kamerstukken/2022/06/24/kamerbrief-stand-van-zaken-uitbraak-apenpokken

Vogelgriep in Nederland.
27-06-2022 Minister van LNV geeft mede namens de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de antwoorden op de vragen van het lid Ouwehand (PvdD) over de nieuwe vogelgriepuitbraak in de Gelderse Vallei en het feit dat dit ‘seizoen’ een vijfde van alle eenden in de eendenhouderij is vergast. Zie: https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-landbouw-natuur-en-voedselkwaliteit/documenten/kamerstukken/2022/06/27/antwoorden-op-kamervragen-over-het-feit-dat-dit-seizoen-een-vijfde-van-alle-eenden-in-de-eendenhouderij-is-vergast

Ophokplicht voor vogelgriep wordt gedeeltelijk ingetrokken
28-06-2022 De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft besloten de ophokplicht voor pluimvee gedeeltelijk in te trekken in een aantal regio’s waar dat verantwoord wordt geacht. Hoewel er in Nederland deze maand nog besmettingen met hoog pathogene vogelgriep zijn geweest (Hierden, Tzum en Biddinghuizen) en er in verschillende regio’s ook nog dode, besmette wilde vogels worden gevonden, wil de minister van LNV ruimte geven aan vrije-uitloopbedrijven in regio’s waar de kans van besmetting van een bedrijf met vogelgriepvirus nu lager wordt ingeschat.
Minister Henk Staghouwer: De vogelgriepsituatie in Nederland is ernstig. In de natuur hebben veel wilde vogels te lijden onder het virus en zo’n 66 Nederlandse pluimveelocaties zijn sinds oktober 2021 besmet geraakt en geruimd. De vogelgriepuitbraken onder wilde vogels – zoals bij kolonies sterns aan de Nederlandse kust – zijn verontrustend voor de instandhouding van deze soorten en eveneens voor de verspreiding van het virus. Het wijst er op dat vogelgriep voorlopig niet meer weg te denken is uit Nederland. Desalniettemin wil ik in regio’s waar dat wèl verantwoord kan worden geacht, de ophokplicht voor commercieel gehouden pluimvee gedeeltelijk intrekken.

Advies deskundigengroep dierziekten
Op 22 juni jl. heeft de deskundigengroep dierziekten de vogelgriepsituatie opnieuw geanalyseerd en de kans op besmetting van een pluimveebedrijf, gegeven de situatie, beoordeeld. Daarin hebben zij ook beoordeeld hoe groot, na het intrekken van de ophokplicht in Nederland of in afzonderlijke regio’s, de kans is dat een pluimveebedrijf in die regio of in Nederland wordt besmet.
De deskundigen hebben de kans dat een pluimveebedrijf wordt besmet als de ophokplicht wordt opgeheven voor heel Nederland ingeschat als matig tot hoog.
De deskundigen hebben ook gekeken naar de risico’s in verschillende regio’s in Nederland. De deskundigengroep schat de kans op besmetting van een bedrijf in regio’s grenzend aan Duitsland en België (regio’s 4, 5, 8, 11, 17, 18, 19 en 20, zie kaart) nu in als ‘matig’, als in deze regio’s de ophokplicht wordt ingetrokken. In de vorige beoordeling van begin juni was dat ‘medium tot hoog.’ Zij geven wel aan dat deze inschatting een hoge mate van hoge onzekerheid bevat. Sinds mei zijn in deze regio’s geen meldingen van dode wilde vogels met hoogpathogene vogelgriep meer geweest en zijn er geen uitbraken geweest. Het opheffen van de ophokplicht in aangrenzende gebieden in Duitsland en België heeft daar niet tot uitbraken op commerciële bedrijven geleid. Met uitzondering van regio 19 in noord Limburg, waar de pluimveedichtheid erg hoog is, heeft de minister van LNV besloten om de ophokplicht in die regio’s in te trekken, om de vrije-uitloop sector in Nederland toch enig perspectief te bieden. In de rest van Nederland blijft de ophok- en afschermplicht van kracht.
Zie:
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2022/06/28/stand-van-zaken-vogelgriep

Eind juni maar liefst 57 nieuwe AVP-gevallen

29-06-2022: Met maar liefst 57 nieuwe geregistreerde AVP besmettingen bij Duitse wilde zwijnen in de afgelopen zeven dagen is de voorzichtig positieve gedachte, dat het virus fors zou verminderen, in één klap verdwenen. Vorige week was er nog sprake van ‘slechts’ 6 besmette wilde zwijnen en deze week dus 57. Van deze 57 besmette wilde zwijnen werden er 48 aangetroffen in de deelstaat Saksen en 9 in Brandenburg. Met deze 57 nieuw bevestigde gevallen is het totaal aantal met AVP besmettingen, volgens het Tierseuchen-Informationssystems (TSIS), gestegen tot 4.046. Op 10 september 2020 werd in Brandenburg het eerste AVP-geval bij een wild zwijn in Duitsland bevestigd. Sindsdien zijn er uitbraken bij wilde zwijnen in de deelstaten Brandenburg, Mecklenburg-Vorpommern en Saksen.