Op 19 december 2024 is de nieuwe “Staat van Landbouw, Visserij, Voedsel en Natuur – Editie 2024” in de Tweede Kamer gepresenteerd. Het is een uitgebreide publicatie van Wageningen Economic Research (WER) en het CBS op verzoek van en gesubsidieerd door het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Het biedt inzicht in de ontwikkelingen in de Nederlandse agro- en visserijsectoren, voedselconsumptie en natuurbeleid. Met als conclusie dat Nederland steeds meer afhankelijk wordt van de import van rundvlees.
Resultaten onderzoek
Het rapport behandelt economische indicatoren, milieudruk, innovatie, biodiversiteit en natuurbeheer. Belangrijke onderwerpen zijn onder meer de Nederlandse agrosector met een toegevoegde waarde van €66 miljard in 2022 en werkgelegenheid van 605.000 arbeidsjaren. De rundveestapel bleef stabiel, terwijl het aantal varkens en kippen afnam.
Bij de voedselconsumptie blijven supermarkten dominant in de voedselverkoop. Duurzame voedseluitgaven stegen met 14%, mede door inflatie. En landbouw draagt 17% bij aan de Nederlandse broeikasgasemissies. Het aandeel weidegang voor melkkoeien daalde, en de stikstof- en fosfaatproductie blijft onder de wettelijke plafonds.
Voor de dierlijke agrarische producten zijn zelfvoorzieningsgraden berekend.
Zelfvoorzieningsgraad
Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) berekent de zelfvoorzieningsgraad van dierlijke producten in Nederland door de binnenlandse productie te vergelijken met de binnenlandse consumptie. Deze graad geeft aan in hoeverre Nederland in staat is om in de eigen behoefte aan dierlijke producten te voorzien zonder afhankelijk te zijn van import.
Voor de berekening worden de volgende gegevens gebruikt:
- Productiegegevens: Het totale volume van de binnenlandse productie van dierlijke producten, zoals vlees (onderverdeeld in rundvlees, varkensvlees, pluimveevlees, enz.), zuivelproducten (zoals melk, kaas, boter) en eieren. Deze gegevens worden verzameld via landbouwstatistieken en rapportages van producenten.
- Consumptiegegevens: Het totale volume van de binnenlandse consumptie van deze producten. Dit wordt berekend door de binnenlandse productie op te tellen bij de import en vervolgens de export ervan af te trekken. Hierdoor ontstaat een beeld van wat er daadwerkelijk beschikbaar is voor consumptie binnen Nederland.
De zelfvoorzieningsgraad wordt vervolgens berekend met de formule: Zelfvoorzieningsgraad (%) = (Binnenlandse productie / Binnenlandse consumptie) × 100%
Een percentage boven de 100% duidt op een overschot, wat betekent dat Nederland meer produceert dan het zelf consumeert en dus een exporteur is van dat product. Een percentage onder de 100% wijst op een tekort, wat betekent dat Nederland afhankelijk is van import om aan de binnenlandse vraag te voldoen.
De zelfvoorzieningsgraad voor producten van dierlijke oorsprong:
Product | Zelfvoorzieningsgraad 2020 (%) | Zelfvoorzieningsgraad 2021 (%) | Zelfvoorzieningsgraad 2022 (%) |
Rundvlees | 64% | 64% | 63% |
Kalfsvlees | 1.032% | 1.046% | 1.009% |
Varkensvlees | 307% | 302% | 295% |
Pluimveevlees | 159% | 158% | 160% |
Schapenvlees | 103% | 102% | 121% |
Melkproducten | 81% | 80% | 82% |
Kaas | 223% | 222% | 220% |
Boter | 268% | 267% | 314% |
Volle melkpoeder | 460% | 452% | 452% |
Magere melkpoeder | 60% | 61% | 82% |
Eieren | 271% | 272% | 236% |
Nederland is nog steeds meer dan zelfvoorzienend voor producten zoals kalfsvlees, varkensvlees, kaas, boter en volle melkpoeder. Voor rundvlees en melkproducten blijft Nederland afhankelijk van import om aan de binnenlandse vraag te kunnen voldoen. En doordat de laatste jaren veel veehouders stoppen ligt het in de verwachting dat de zelfvoorziening fors minder zal worden.
Bron: https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2024D50999&did=2024D50999