Nederlandse kottervissers zien werk en identiteit verdwijnen

Schol, tong, mul, inktvis, poon, garnalen, haring en makreel. Het is een greep uit de soorten die vissers met hun kotters al decennialang vers uit de wateren in en rondom Nederland vissen. Maar de sector staat onder druk: hoge brandstofprijzen, het pulsverbod, Brexit en de aanleg van windmolenparken op zee maken het werk voor vissers steeds moeilijker.

Uit een impactanalyse in opdracht van het ministerie van Landbouw blijkt dat niet alleen de visserij, maar ook de keten áchter de visserij krimpt. De uitkoopregeling heeft een duidelijke impact op de visserij.

Sanering

Door Brexit mogen de Nederlandse vissers een kwart minder uit Britse wateren vissen. De Nederlandse overheid kwam daarom in juli vorig jaar met een uitkoopregeling voor de getroffen vissers. Daarvoor werd 155 miljoen euro vrijgemaakt. Inmiddels hebben 54 van de 280 kotters gebruik gemaakt van de regeling.

Platviskotters vormen het grootste deel daarvan omdat hun manier van vissen, het pulsvissen, sinds 2019 door de EU is verboden. 42 kotters kregen nog ontheffing tot 2021. Bij pulsvisserij slepen de netten niet over de bodem, maar geven strengen aan het uiteinde van het net elektronische schokken. Zo schrikken platvissen als tong en schol van de bodem en zwemmen ze in het net.

Naast regelgeving en politieke veranderingen zijn er ook de macro-economische effecten van de oorlog in Oekraïne. Brandstof is te duur geworden om de kotters de zee op te laten gaan.

Nettenmakers en botenbouwers

Met het verdwijnen van die kotters komen ook de bedrijven achter de vissers in de problemen, zoals nettenmakers, botenbouwers, exporteurs en visverwerkers die leveren aan de horeca en supermarkten. De Noordzeevisserij was in 2021 goed voor 344 miljoen euro omzet. De bedrijven gelieerd aan de visserij draaiden in dat jaar een omzet van 2,9 miljard euro.

De vissector verplaatst de focus van verse Noordzeevis naar gekweekte en geïmporteerde vis. In die markt moeten bedrijven, anders dan bij Noordzeevis, concurreren met visverwerkers in lagelonenlanden.

Niet alleen omzet en werkgelegenheid dreigen verloren te gaan. Ook kennis, over bijvoorbeeld het fileren en verhandelen van Noordzeevis, verdwijnt en innovatie blijft uit omdat de ondernemers hun bedrijfsplannen en investeringen uitstellen.

Identiteit

Naast alle bedrijvigheid omtrent de visserij verdwijnt ook het karakter van die vissersdorpen. Nederland kent zes visserijregio’s van de Waddenkust tot Zeeland. Daar, in plaatsen als Urk, Katwijk en IJmuiden, zit de visserij diepgeworteld in de identiteit van de dorpen.

Dat ziet ook Leen Bleumink. Hij verkocht onlangs zijn bakkerij in Stellendam. Vroeger bevoorraadde hij de kotters in de haven van het vissersdorp op Goeree-Overflakkee. Van de 36 boten die hij bevoorraadde zijn er nu nog drie over.

Ook Jaap Tanis komt uit een vissersfamilie en heeft twee boten weggedaan. Volgens Tanis overleven de grote visserijen wel. Maar de kleinere familiebedrijven redden het niet. Dat heeft volgens hem ook invloed op Stellendam. “De haven bracht veel welvaart voor alle andere ondernemers: de supermarkt, slager, bakker, groenteboer, de rederij.”

Volgens Bleumink is het tij voor Stellendam door de uitkoopregeling niet meer te keren. De boten weer terughalen en klaarmaken voor de visserij is veel te duur. Daarvoor is de toekomst voor de kottervissers ook te onzeker. “Ze hebben de zee voor iets anders nodig. Voor zonnepanelen en windparken denk ik.”

Bron: NOS