Nieuw EU-rapport over viswelzijn: sector moet nu aan tafel

De Europese Commissie heeft een nieuw overzichtsrapport gepubliceerd over het welzijn van gekweekte vis in de EU. Het rapport is het resultaat van een tweejarig project waarin is gekeken hoe lidstaten en Noorwegen omgaan met viswelzijn op kwekerijen, tijdens transport en bij het doden van vis.

De hoofdboodschap is duidelijk: viswelzijn is binnen Europa nog ongelijk geregeld en minder ver ontwikkeld dan het welzijn van landbouwhuisdieren. De meeste landen hebben geen specifieke nationale regels voor gekweekte vis. Controles op viswelzijn vinden beperkt plaats, vooral op bedrijfsniveau en bij slacht. Waar wel wordt gecontroleerd, gebeurt dat vaak als onderdeel van diergezondheid of hygiëne, niet als zelfstandig welzijnstoezicht.

Wat staat er in het rapport?

Volgens de Commissie groeit het belang van aquacultuur binnen het Europese voedselsysteem. Tegelijk neemt de maatschappelijke aandacht voor viswelzijn toe. Wetenschappelijk wordt erkend dat vissen pijn, angst en stress kunnen ervaren. Daarmee komt viswelzijn nadrukkelijker op de beleidsagenda.

Het rapport wijst op duidelijke tekortkomingen. Er ontbreken vaak concrete welzijnsindicatoren, drempelwaarden en praktische controlemethoden. Inspecteurs hebben niet altijd voldoende specialistische kennis. Ook zijn viskwekerijen, vooral op zee, soms moeilijk bereikbaar voor toezicht. Daarnaast verschillen regels en werkwijzen sterk per land. Finland heeft bijvoorbeeld specifieke en handhaafbare regels voor viswelzijn, terwijl andere landen vooral leunen op algemene EU-regels.

De Commissie noemt ook kansen. Denk aan betere monitoring van zuurstof, temperatuur, sterfte, gedrag en verwondingen. Ook digitale systemen, camera’s, voerdata en private kwaliteitssystemen kunnen helpen om welzijn concreter te maken.

Waar moet de sector rekening mee houden?

De sector moet rekening houden met meer aandacht voor viswelzijn in toezicht, certificering en klanteneisen. Dat zal waarschijnlijk niet ineens komen als één grote nieuwe verordening, maar stap voor stap: via transportregels, private standaarden, audits, retailvoorwaarden en nationale controleplannen.

De meest concrete ontwikkeling is de herziening van de EU-regels voor diertransport. De bestaande transportverordening geldt al voor gewervelde dieren, dus ook vissen, maar biedt weinig praktische uitwerking voor vistransport. De Commissie heeft voorgesteld om specifieke bepalingen voor aquatische dieren op te nemen.

Daarnaast werkt de EU aan meer kennis, indicatoren en ondersteuning via het nieuwe Europese referentiecentrum voor welzijn van aquatische dieren. Dat centrum moet lidstaten helpen bij technische kennis, goede praktijken en betere officiële controles.

Voor bedrijven betekent dit vooral: viswelzijn wordt minder vrijblijvend. Er zullen meer vragen komen over waterkwaliteit, zuurstof, temperatuur, transportduur, bezettingsdichtheid, sterfte, beschadigingen, handling, verdoving en doding.

Waar moeten we voor waken?

Dierenwelzijn is belangrijk. Maar de sector moet scherp zijn op de manier waarop nieuwe eisen worden ingevoerd.

Nederland heeft al gezien wat stapeling van regels kan doen. Lokale visserij en kleinere bedrijven zijn kwetsbaar geworden door toenemende lasten, terwijl de markt meer afhankelijk wordt van grotere stromen en vis van verder weg. Als nieuwe welzijnsregels vooral leiden tot extra formulieren, certificaten en administratieve druk, dan kan het effect averechts zijn.

Dan verdwijnen juist de korte, controleerbare ketens. En dat is niet automatisch beter voor dierenwelzijn. Dierenwelzijn vraagt om regels die werken voor de hele keten: voor kwekers en vissers, maar ook voor transporteurs, verwerkers, handel en retail. Alleen dan ontstaat aantoonbare verbetering in de praktijk, zonder onnodige lasten die vooral het mkb raken.

Welke actie is verstandig?

Voor brancheorganisaties en bedrijven is afwachten geen sterke strategie. Wie nu niets doet, krijgt straks regels die door anderen zijn bedacht.

Verstandig is om als sector zelf met een praktische lijn te komen. Geen zwaar papieren systeem, maar een uitvoerbaar basisprotocol met duidelijke beheerspunten: zuurstof, temperatuur, waterkwaliteit, sterfte, gedrag, beschadigingen, transport, handling en effectieve verdoving.

Daarbij moet onderscheid worden gemaakt tussen ketens. Een kleine lokale speler, een viskweker, een transporteur van levende vis, een importeur en een grote internationale verwerker hebben niet hetzelfde risicoprofiel. Toezicht moet daarom risicogestuurd zijn.

Ook moet worden voorkomen dat Europese bedrijven zwaardere eisen krijgen terwijl importproducten niet aantoonbaar aan vergelijkbare voorwaarden voldoen. Anders verplaats je productie naar verder weg en verlies je juist grip op herkomst, transport en praktijkomstandigheden.

Dierenwelzijn begint niet bij een formulier, maar bij de inrichting van de keten. Lokale visserij en regionale verwerking beperken transport, wachttijd, overslag en overdracht tussen partijen. Daarmee wordt welzijn beter beheersbaar en blijft verantwoordelijkheid dichter bij de praktijk. Als nieuwe regels vooral grote, internationale ketens bevoordelen en lokale partijen verder uit de markt drukken, werken ze het eigen welzijnsdoel tegen.

Conclusie

Het EU-rapport over gekweekte vis is een duidelijk signaal: viswelzijn komt hoger op de agenda. De sector moet rekening houden met meer aandacht voor indicatoren, transport, slacht, monitoring en aantoonbaarheid.

Dat hoeft geen probleem te zijn, zolang de regels praktisch blijven. Dierenwelzijn vraagt om vakmanschap, korte lijnen, goede monitoring en duidelijke verantwoordelijkheden. Niet om een nieuw papiercircus.

De beste inzet voor de sector is daarom helder: werk mee aan beter viswelzijn, maar stuur actief op uitvoerbare regels. Regels moeten vissen helpen, niet alleen mappen vullen.

Bron: https://ec.europa.eu/food/audits-analysis/news/details/164

Vraag een vrijblijvend Condor Consult aan