Opnieuw vogelgriep vastgesteld in België

Er is vogelgriep (type H5) vastgesteld in een vermeerderingsbedrijf in Diksmuide (provincie West-Vlaanderen). Om een verdere verspreiding van het virus tegen te gaan, wordt het pluimvee dat nog aanwezig is geruimd. Rond de haard worden een beschermingszone van 3 km en een bewakingszone van 10 km ingesteld.

In de zones worden strenge bioveiligheidsmaatregelen opgelegd. In de zone van 10 km geldt voor pluimvee van alle houders (ook particuliere houders en hobbyhouders) een afschermplicht. In de 3 km zone geldt dit naast pluimvee ook voor vogels. Wie symptomen bij zijn pluimvee of vogels vaststelt, dient een dierenarts te raadplegen.

Alle maatregelen zijn terug te vinden op de website van het Belgische Agentschap FAVV.

 

België en vogelgriep

Hoewel er de afgelopen 2 maanden geen besmette wilde vogels meer gevonden werden in België verbaast deze vondst niet. De ontwikkelingen in de afgelopen weken in de buurlanden tonen aan dat het virus in Noordwest-Europa nog steeds circuleert.

De bevestiging van het hoog pathogene karakter van deze uitbraak met vogelgriep door Sciensano (nationaal referentielabo), betekent ook dat België zijn ziektevrije status op internationaal niveau verliest.

Wat kan je als houder van pluimvee en vogels doen?

Hoewel het niet meer verplicht is, raadt de FAVV houders in het hele land aan om hun pluimvee en vogels zoveel mogelijk te beschermen. Dit kan door preventief de ren te overspannen om het contact met wilde vogels te vermijden. De dieren voederen moet sowieso nog steeds verplicht binnen gebeuren, drenken gebeurt ook bij voorkeur afgeschermd.

Wanneer houders een verhoogde sterfte bij hun dieren opmerken, of bij elk ander symptoom van ziekte, moeten ze onmiddellijk hun dierenarts contacteren.

Wat is het vogelgriepvirus?

Aviaire influenza (AI) of vogelgriep, is een zeer besmettelijke virusziekte waar waarschijnlijk alle vogelsoorten gevoelig voor zijn. Er is geen wetenschappelijke indicatie dat dit H5-virus ook schadelijk is voor de mens. De aard van de symptomen en het verloop van de ziekte hangen af van het pathogeen karakter van de virusstam, het getroffen dier, de omgeving en eventuele andere infecties. De besmetting kan plaatsvinden via direct contact met zieke dieren of door blootstelling aan besmet materiaal, zoals mest of vuile kratten. Ook via de lucht is indirecte besmetting mogelijk, maar over relatief korte afstand.

Bron: FAVV