EFSA heeft onlangs het rapport The 2024 European Union report on pesticide residues in food gepubliceerd. Het rapport is vastgesteld op 25 maart 2026 en brengt de officiële controles op resten van gewasbeschermingsmiddelen in voedsel over 2024 in beeld.
De hoofdboodschap lijkt geruststellend: de meeste onderzochte producten voldoen aan de wettelijke normen. Maar wie verder leest ziet dat producten uit landen buiten de EU vijf keer zo vaak niet-conform zijn als producten uit de EU. Meervoudige residuen komen veel voor. En bij een groeiend deel van de monsters is de herkomst niet bekend.
Voor iedere ondernemer die voedsel inkoopt, verwerkt of verkoopt is dit relevant.
Import vraagt aantoonbaar meer aandacht
Binnen de nationale monitoringprogramma’s zijn 86.449 monsters onderzocht. Bij producten die binnen de EU zijn geproduceerd, was 1,0% niet-conform. Bij producten uit landen buiten de EU was dat 5,2%.
Herkomst | MRL overschreden | Daadwerkelijk niet-conform |
Geproduceerd binnen de EU | 2,1% | 1,0% |
Geproduceerd buiten de EU | 8,3% | 5,2% |
Herkomst onbekend | 1,2% | 0,5% |
Niet-conform betekent dat de wettelijke maximumwaarde ook na verrekening van de meetonzekerheid wordt overschreden. Dan kunnen handhavingsmaatregelen volgen.
Turkije springt eruit. Bij monsters van Turkse herkomst was 14,8% niet-conform. Vooral granaatappels, citroenen en tomaten vallen op. Ook enkele product-landcombinaties uit Marokko en Zuid-Afrika vragen volgens EFSA blijvende aandacht.
Herkomst | Producten of combinaties die EFSA nadrukkelijk noemt |
Turkije | Granaatappels, citroenen en tomaten |
Marokko | Paprika met onder meer clofentezine, formetanate en tebufenpyrad; meloen met thiabendazole |
Zuid-Afrika | Grapefruit met glufosinaat |
Dit betekent dat inkopen zonder zicht op herkomst, leverancier en teeltgeschiedenis steeds minder verdedigbaar wordt.
Ook binnen de EU zijn er grote afwijkingen
Het zou te gemakkelijk zijn om alleen naar import te wijzen. Binnen de EU worden eveneens afwijkingen gevonden. EFSA noemt onder meer broccoli, paddenstoelen, paprika, tafeldruiven en kippeneieren.
Product uit de EU | Stoffen of aandachtspunten |
Broccoli | Flonicamid |
Paddenstoelen | Cyromazine en thiamethoxam |
Paprika | Ethephon en iprovalicarb |
Tafeldruiven | Cypermethrin en formetanate |
Kippeneieren | Koper |
EFSA vraagt daarnaast aandacht voor mogelijk oneigenlijk gebruik van niet-goedgekeurde stoffen zoals nicotine en glufosinaat binnen de EU.
De conclusie is helder: Europees inkopen verlaagt het risico aantoonbaar, maar ook hier zijn aandachtspunten.
De wet kijkt alleen naar losse stoffen
Een product kan aan de wettelijke normen voldoen en toch verschillende residuen tegelijk bevatten. De MRL, de wettelijke maximumwaarde, wordt in de praktijk vooral per stof beoordeeld. En dat geeft een vertekend beeld omdat consumenten volledige producten eten.
Bij 78% van de onderzochte tafeldruiven werden meerdere residuen gevonden. Bij grapefruit was dat 73,5% en bij bananen 66,1%. In één monster paprika uit Turkije werden zelfs 17 verschillende pesticiden aangetroffen.
Dat betekent niet automatisch dat deze producten schadelijk zijn. Het betekent wel dat de mededeling “alles blijft binnen de norm” onvoldoende antwoord geeft op de vraag wat verschillende stoffen samen doen.
EFSA werkt aan een cumulatieve beoordelingen voor stoffen maar de dagelijkse praktijk van controle en handhaving loopt daar nog achteraan.
Ook rundervet verdient aandacht
Opvallend is dat EFSA ook rundervet heeft opgenomen in het Europese monitoringsprogramma. Bij rundervet mocht eventueel ook vlees worden bemonsterd.
De afwijkingspercentages zijn laag, maar bewegen wel omhoog:
Jaar | MRL-overschrijding bij rundervet |
2018 | 0,10% |
2021 | 0,05% |
2024 | 0,20% |
Rundervet staat niet bovenaan de lijst. Toch is opname in het programma inhoudelijk relevant. Sommige stoffen kunnen via voer, milieu of ketenbelasting in producten van dierlijke oorsprong terechtkomen. Vet verdient daarbij aandacht omdat vetoplosbare stoffen zich anders kunnen gedragen dan stoffen die snel worden uitgescheiden.
Bij biologische dierlijke producten ligt de residudruk niet per se lager, vooral doordat koper daar vaker wordt aangetroffen; koper is toegestaan in de biologische landbouw en wordt ook gebruikt als diervoederadditief en meststof.
Voor vleesbedrijven is dit een signaal om niet uitsluitend naar microbiologie, diergeneesmiddelen en herkomstetikettering te kijken. Ook de voederketen en chemische residuen spelen een belangrijke rol.
Herkomst raakt te vaak uit beeld
Bij 12,4% van de monsters was het land van oorsprong onbekend. In 2023 was dat nog 4%.
Dat is zorgelijk. Zodra partijen worden gemengd, omgepakt, versneden of via verschillende handelaren doorgeleverd, vervaagt het zicht op de oorsprong. Juist dan wordt risicogericht inkopen moeilijk.
Actie in de voedselketen (lang of kort)
Transparantie wordt steeds belangrijker, maar een volledig residuvrije keten kan niemand beloven. Ook niet voor biologische producten. Van de 5.939 biologische monsters bevatte 80,4% geen kwantificeerbare residuen en was 0,4% niet-conform, tegenover 1,8% niet-conform over alle onderzochte producten samen: biologisch scoort dus aantoonbaar beter, maar is niet residuvrij.
Kortom, een transparante herkomst wordt de basisvoorwaarde voor een geloofwaardige voedselkwaliteit.
Bron: https://efsa.onlinelibrary.wiley.com/doi/10.2903/j.efsa.2026.10054