Verbod mengen varkens in slachterij rammelt aan alle kanten

Opeens lezen we berichten in de media dat het mengen van varkens in slachthuizen verboden is. Oftewel, varkens die afkomstig zijn van veehouder A mogen niet in hetzelfde hok met varkens van veehouder B. Dit is gebeurd naar aanleiding van een uitzending in Nieuwsuur over het ‘illegaal’ mengen van varkens in een ‘krap’ hok. In de Tweede Kamer zijn hierover vragen gesteld door Kamerlid Akerboom (PvdD) op 13 maart 2023. Hij zegt daarbij dat het mengen van varkens in slachthuizen een overtreding is van artikel 2.13, lid 4 van het Besluit houders van dieren, waarin is vastgelegd dat aan een eenmaal gevormde groep ‘gespeende varkens’ of ‘gebruiksvarkens’ geen varkens worden toegevoegd. Maar onder houders van dieren worden veehouders bedoeld (zie ontwerpbesluit houders van dieren) en geen slachterijen. Dit klopt dus niet.  Toch ligt er op 8 juni al een beslisnota van de NVWA dat het mengen van varkens in slachterijen verboden is. Maar in deze beslisnota beroept de NVWA zich opeens op een ander artikel omdat zij een fout hebben gemaakt. Nu beroepen zij zich opeens op Artikel 3, eerste lid en tweede lid onder f van de Verordening (EG) nr. 1099/2009 –inzake bescherming van dieren bij het doden –. Dit is voldoende zeggen ze. Want volgens recente onderzoeken (welke worden voor het gemak NIET genoemd) levert het mengen van varkens uit verschillende sociale groepen stress op dat zou de oorzaak zijn van rangorde gevechten. Met dit argument als basis heeft de NVWA per direct (juni 2023) het mengen van varkens bij slachthuizen verboden. Het is niet verwonderlijk dat de slachthuizen volkomen overrompelt werden toen hier opeens op werd gehandhaafd. Een nieuw verbod dat opeens uit de hoge hoed van de NVWA i.s.m. PvdD wordt getoverd.  Vanaf 15 augustus 2024 volgen sancties bij niet naleving.

Minister Adema moet dan nog antwoord geven op de vragen van de Partij voor de Dieren. Eind juni volgt de brief met de antwoorden waarin de minister duidelijk aangeeft dat het mengen van dieren op slachthuizen al decennialang gebruikelijk is. Maar het doelvoorschrift artikel 3, eerste lid en tweede lid onder f van de Europese Verordening 1099/2009 inzake de bescherming van dieren bij doden die aangeeft dat de dieren elke vermijdbare vorm van pijn spanning of lijden moeten worden bespaard, werd daarbij niet in twijfel getrokken en ook niet gezien als overtreding. Hij zegt dat het wetsartikel in de verordening een doelvoorschrift is die met wetenschappelijke inzichten en veranderende maatschappelijke opvattingen kunnen leiden tot nieuwe inzichten. Bij deze casus is dit volgens minister Adema aan de orde geweest. Volgens Adema is er nu voldoende wetenschappelijke onderbouwing die uitwijst dat het mengen van dieren (vermijdbare) pijn, spanning of lijden met zich meebrengt. Maar Adema verwijst hierbij niet naar wetenschappelijke rapporten, wat de NVWA wel deed,  maar naar recente adviezen van de EFSA in 2022.  Maar wat deze adviezen dan zijn en op basis van welke wetenschappelijke grondslag wordt ook hier in het midden gelaten.

Zowel de NVWA als de minister van LNV kunnen géén concrete verwijzing geven van wetenschappelijke onderzoeken of adviezen van de EFSA. Kortom, de onderbouwing van het hele verbod rammelt aan alle kanten. 

De woordvoerder van de COV, Dé van de Riet, geeft namelijk aan dat er met het mengen van varkens namelijk geen enkel probleem is. “We zien de urgentie niet”. Het is pas een probleem als varkens van verschillende boeren langere tijd bij elkaar staan en in de wachtruimte bij een slachthuis is dat niet het geval.

Zonder aantoonbaar wetenschappelijke onderbouwing wordt het verbod er met volle vaart doorheen gedrukt. Vanwaar deze haast? Er wordt normaliter al gehandhaafd bij onrust in de wachtruimte van het slachthuis. Daar is dit nieuwe verbod helemaal niet voor nodig.  Bij evt. onrust moet allang direct worden ingegrepen.  en tegenwoordig staat er ook al continu een camera op. De extra eis wordt in het kader van dierenwelzijn opgelegd terwijl er geen aantoonbare  wetenschappelijke onderbouwing voor is en niet extra bijdraagt in het dierenwelzijn omdat deze al geborgd was. Het enige waar deze nieuwe regel toe bijdraagt is extra bureaucratie en lastendruk voor de slachter om hieraan te kunnen voldoen. Is dat de reden voor dit nieuwe verbod?