De Tweede Kamer besprak op 12 mei 2026 het Europese Food and Feed Safety Simplification Omnibuspakket. De naam klinkt aantrekkelijk. Minder regels. Minder dubbel werk. Meer ruimte voor ondernemers.
Een deel van de voorstellen is inderdaad praktisch. Dubbele meldingen kunnen verdwijnen. Procedures kunnen sneller. Overbodige rapportages hoeven niet in stand te blijven omdat ze ooit zijn ingevoerd.
Maar wie verder leest, ziet ook een andere beweging. Vaste controles en periodieke herbeoordelingen maken deels plaats voor risicogerichte monitoring. Toezichthouders krijgen meer ruimte om informatie op te vragen. De keten moet sneller inzichtelijk worden. Data moeten beschikbaar, vergelijkbaar en bruikbaar zijn.
Voor grote bedrijven is dat vaak haalbaar. Voor mkb-bedrijven kan dezelfde vereenvoudiging juist zwaarder uitpakken.
Wat verandert er in de dierlijke keten?
Het Omnibuspakket raakt een breed deel van de voedsel- en diervoederwetgeving. Voor bedrijven in de vleesketen zijn vooral de volgende onderdelen relevant:
Onderwerp | Voorgestelde verandering | Praktische betekenis |
Voedselhygiëne | Dubbele kennisgevingsprocedures onder Verordeningen (EG) nr. 852/2004 en 853/2004 worden vervangen door één algemene Europese procedure | Minder dubbel werk voor overheden |
Dierenwelzijn bij het doden | Dubbele rapportageverplichtingen onder Verordening (EG) nr. 1099/2009 worden verminderd | Administratieve verlichting waar regels elkaar overlappen |
BSE en TSE | Regels onder Verordening (EG) nr. 999/2001 worden flexibeler en beter afgestemd op het lagere actuele risico | Minder vaste lasten, maar wijzigingen in bijlagen blijven belangrijk |
Diervoederadditieven | Toelatingen kunnen voor onbepaalde tijd gaan gelden; etikettering mag deels digitaal | Minder periodieke procedures, meer nadruk op signalering |
Officiële controles | Verordening (EU) 2017/625 wordt aangepast, onder meer voor importzendingen en laboratoria | Meer ruimte voor efficiënte en risicogerichte controle |
Op papier ziet dit eruit als stroomlijning. Toch is voorzichtigheid nodig.
De kern: van vaste controle naar signalering
Bij diervoederadditieven is de voorgestelde verandering opvallend. Nu worden toelatingen periodiek opnieuw beoordeeld. De Europese Commissie wil toelatingen voortaan voor onbepaalde tijd laten gelden.
Dat bespaart tijd en geld. Maar er verdwijnt ook een vast controlemoment.
Een herbeoordeling komt dan pas op gang wanneer er een signaal is. EFSA wordt afhankelijker van informatie uit de markt en van monitoring door overheden. Tegelijk ligt het niet vanzelfsprekend voor de hand dat bedrijven uit eigen beweging signalen aanleveren die hun commerciële product ter discussie kunnen stellen.
Het Nederlandse kabinet noemt die mogelijke verschuiving van monitoringkosten van het bedrijfsleven naar EFSA en de lidstaten zelf zeer onwenselijk.
Daar zit het eerste addertje: Een vaste controle verdwijnt, maar het risico verdwijnt niet. Er is dus een beter signaleringssysteem nodig.
En een beter signaleringssysteem draait op informatie.
Geen softwareplicht, wel digitale druk
Het Omnibuspakket verplicht een slachterij, uitsnijderij of vleesverwerker niet rechtstreeks om een nieuw softwarepakket aan te schaffen. Toch zou het te gemakkelijk zijn om daarmee de discussie af te sluiten.
Wanneer toezicht risicogerichter wordt, moeten bedrijven sneller kunnen laten zien:
- waar dieren en grondstoffen vandaan komen;
- welke leveranciers betrokken zijn;
- welke afwijkingen zijn vastgesteld;
- of afwijkingen incidenteel of structureel zijn;
- welke corrigerende maatregelen zijn genomen;
- welke verbanden bestaan tussen herkomst, product, periode en risico.
Dat kan op papier. Maar zodra gegevens snel moeten worden gecombineerd en beoordeeld, wordt handmatig werken kwetsbaar. De praktische uitkomst ligt voor de hand: De overheid haalt papier uit het systeem, maar zet data ervoor terug.
Voor grote bedrijven met ERP-systemen, dashboards en gespecialiseerde QA-medewerkers is dat meestal op te vangen. Voor mkb-bedrijven ligt dat anders. Daar rust veel kennis nog op ervaring, korte lijnen en vakmanschap. Registraties staan verspreid over werkbonnen, Excelbestanden en mappen.
Digitalisering kan helpen. Maar wanneer zij ongemerkt de nieuwe toegangspoort tot toezicht wordt, ontstaat een ongelijk speelveld.
De Kamer zag meerdere risico’s
Tijdens de behandeling in de Tweede Kamer zijn stevige vragen gesteld.
Zorgpunt | Vraag die in Den Haag op tafel lag |
Geen volwaardige impactanalyse | Hoe kan Nederland instemmen zonder duidelijk beeld van de gevolgen voor praktijk, voedselzekerheid, economie en toezicht? |
Kostenverschuiving | Waarom zouden EFSA, lidstaten en uiteindelijk belastingbetalers opdraaien voor veiligheidsmonitoring van commerciële producten? |
Druk op de NVWA | Kan de NVWA extra monitoringstaken uitvoeren terwijl de toezichthouder al onvoldoende budget heeft voor alle huidige taken? |
Minder vaste herbeoordelingen | Wordt een probleem nog tijdig zichtbaar wanneer periodieke controlemomenten verdwijnen? |
Verschillen tussen lidstaten | Ontstaat een ongelijk niveau van toezicht wanneer landen verschillende capaciteit en prioriteiten hebben? |
BSE en TSE | Welke ruimte krijgt de Europese Commissie om regels via bijlagen aan te passen, terwijl het risico op BSE niet nul is? |
Dat zijn geen theoretische bezwaren. Het kabinet erkent zelf dat het voorstel de monitoringstaken van de NVWA aanzienlijk kan verzwaren. Ook staat vast dat EFSA meer bevoegdheden krijgt om dossiers rechtstreeks bij bedrijven op te vragen.
Op 19 mei stemde de Tweede Kamer over de ingediende moties. De Kamer nam onder meer moties aan om niet in te stemmen met verslechtering van het beschermingsniveau, om extra financiering voor EFSA-capaciteit te zoeken en om de Kamer vóór definitieve besluitvorming opnieuw een beslismoment te geven.
Een motie om vooraf ongeveer te laten uitzoeken hoeveel extra capaciteit en kosten het voorstel voor Nederland oplevert, haalde geen meerderheid. Dat laatste is opvallend. Eerst besluiten dat vereenvoudiging wenselijk is en pas later ontdekken wat toezicht werkelijk kost, is een riskante volgorde.
BSE: laag risico is niet hetzelfde als geen risico
Ook voor de vleesketen zelf blijft oplettendheid nodig. Het risico op BSE is in Europa sterk afgenomen. Dat is het resultaat van stevige maatregelen: een verbod op dierlijke eiwitten in voer voor herkauwers, verwijdering van specifiek risicomateriaal, gerichte monitoring en volledige traceerbaarheid van runderen.
Juist doordat het systeem jarenlang streng is geweest, kan nu worden gesproken over versoepeling. Maar het kabinet schrijft ook helder: het risico op BSE is niet nul.
Wanneer regels flexibeler worden en onderdelen eenvoudiger via gedelegeerde handelingen kunnen worden aangepast, moeten bedrijven wijzigingen in bijlagen actief blijven volgen. Niet alleen de hoofdtekst van een verordening telt. De details bepalen de praktijk.
Wat betekent dit voor mkb-bedrijven?
De juiste reactie is niet om direct dure software te kopen. Begin bij de basis.
Vraag | Praktische stap |
Kunnen wij een partij snel terugvinden? | Leg vast welke gegevens werkelijk nodig zijn van dier, leverancier, partij en afnemer |
Zijn registraties verspreid over verschillende systemen? | Breng eerst de informatiestromen in kaart |
Registreren wij veel, maar leren wij weinig? | Maak afwijkingen zichtbaar per leverancier, product en periode |
Is kennis vooral aanwezig bij één ervaren medewerker? | Leg kritische keuzes en uitzonderingen eenvoudiger vast |
Krijgen wij steeds meer digitale verzoeken? | Kies een werkbare structuur vóórdat gegevens versnipperen |
Past standaardsoftware niet bij de praktijk? | Laat het proces leidend blijven en voorkom registratie om de registratie |
Een eenvoudig systeem dat consequent wordt gebruikt, is beter dan een duur dashboard met slechte data.
De kern
Vereenvoudiging is nodig. Veel bedrijven lopen vast in dubbele registraties, open normen en regels die slecht aansluiten op de dagelijkse praktijk. Maar minder regels betekenen niet vanzelf minder druk.
Wanneer vaste procedures verdwijnen en toezicht sterker afhankelijk wordt van signalen, keteninformatie en data, verandert de aard van beheersing. Het bedrijf moet sneller kunnen aantonen waar risico’s ontstaan en hoe zij worden beheerst. Dat kan de voedselketen sterker maken. Maar alleen wanneer de nieuwe werkwijze uitvoerbaar blijft voor grote én kleine bedrijven.
De kritische vraag is daarom niet alleen hoeveel regels verdwijnen. De betere vraag is: “Welke papieren verplichtingen verdwijnen werkelijk, welke digitale verwachtingen komen ervoor terug en wie draagt de kosten wanneer vereenvoudiging in de praktijk vooral een nieuwe vorm van controle blijkt te zijn?”
Bronnen: https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?did=2026D05987&id=2026D05987&utm en https://www.tweedekamer.nl/debat_en_vergadering/plenaire_vergaderingen/details/activiteit?id=2026A02767&utm