Voorbereiding wet dierwaardige veehouderij

In afstemming met de sector wordt een convenant uitgewerkt die uiteindelijk moet leiden tot nieuwe wetgeving voor een dierwaardige veehouderij. Deze nieuwe regels worden onderdeel van de Wet Dieren. De ambitie is om in 2040 een dierwaardige veehouderij te hebben waarbij niet alleen veehouders hun bedrijven dierwaardig hebben ingericht, maar óók markt- en ketenpartijen. Zij mogen uitsluitend dierwaardig geproduceerde producten in- en verkopen.

Maar voor het zover is zijn er eerst nog wat bruggen te slaan. De eerste voorstellen naar een ‘dierwaardige veehouderij’ bleken onuitvoerbaar. Toch waren deze al in 2021 door beide Kamers aanvaard. Om te voorkomen dat dit in werking treedt en een chaotische situatie ontstaat is een alternatief wetsvoorstel ontwikkeld. Het betreft een convenant met sectorpartijen wat de basis voor nieuwe wet- en regelgeving moet vormen. Maar door de demissionaire status van het kabinet is dit nog niet van de grond gekomen.

Minister Adema van LNV heeft gekozen voor een stapsgewijze invulling. Met de eerste stap gaat hij mee met ontwikkelingen die nu al spelen. Stap 2 met voorstellen voor de lange termijn zoals dieren in de buitenlucht laat hij over aan het nieuwe kabinet omdat deze grote impact (zoals bijvoorbeeld op emissies en diergezondheid) en financiële gevolgen zullen hebben waar hij zijn vingers niet aan wil branden.

STAP 1: Voorstellen korte termijn

Melkvee

  • Er is per 2026 de mogelijkheid in de stal om dieren te kunnen afzonderen bij afkalven (minimaal visueel contact met koppel) en ziekte.
  • Koeien hebben per 2026 permanente toegang tot schoon water om te drinken (niet per se drinkwater), zowel in de stal als in de weide.
  • Er is per 2026 onbeperkte toegang tot ruwvoer van goede kwaliteit, passend bij de leeftijd en het lactatiestadium van de koe.
  • Koeien hebben per 2026 de mogelijkheid tot vachtverzorging, bijvoorbeeld door beschikbaarheid van voldoende koeborstels.
  • Per 2026 wordt langdurige pijnstilling bij onthoornen verplicht.
  • Er geldt per 2026 een verbod op de nieuwbouw van aanbindstallen

Kalveren

  • Elk kalf heeft per 2026 een eigen vreetplaats.
  • Verbod per 2026 op individuele huisvesting van kalveren vanaf de leeftijd van 7 dagen
  • Er wordt per 2026 een eerste stap gezet om de minimale afvoerleeftijd van kalveren te verhogen zodat zij langer op het melkveebedrijf blijven. De afvoerleeftijd gaat naar minimaal 28 dagen.
  • Per 2026: verplichting om het minimale hemoglobinegehalte te verhogen naar tenminste 4,5 mmol/l (in plaats van gemiddeld 4,5) en gemiddeld 5,3 mmol/l. Het streven is om het minimale hemoglobinegehalte daarna stapsgewijs te verhogen naar tenminste 5,3 mmol/l (conform EFSA). Daarbij komt er per 2026 een verbod om de ijzergift tegen het einde van de mestperiode te verlagen.
  • Per 2026: verplichting dat er voldoende mogelijkheid tot vachtverzorging, zoals een schuurvoorziening, aanwezig moeten zijn.
  • Kalveren krijgen per 2026 vanaf geboorte beschikking over langvezelig ruwvoer.
  • Per 2026 wordt langdurige pijnstilling bij onthoornen en castratie verplicht.
  • Kalveren krijgen per 2026 minimaal de eerste 6 weken melk via een speen.
  • Kalveren hebben per 2026 permanente toegang tot schoon water om te drinken (niet per se drinkwater).
  • Het onthoornen van kalveren die naar de vleeskalverhouderij gaan, wordt per 2026 verboden.

Varkens

  • Per 2028: de minimale speenleeftijd voor biggen zal 25 dagen zijn
  • Per 2028 Aanpassingen in bestaande kraamstallen zodanig dat de biggen kunnen mee-eten met de zeug
  • Per 2030: aanscherping regels over eet- en drinkplekken om concurrentie om voer en water te voorkomen
  • Per 2028: voorzieningen treffen om een deels dichte vloer te creëren in stallen met gespeende varkens
  • Per 2028: permanente beschikking over ruwvoer voor gelten en drachtige zeugen
  • Per 2026 maatregelen gericht op het uitfaseren van staartcouperen. Naast een aantal van bovengenoemde maatregelen die kunnen bijdragen aan het verminderen van het risico op staartbijten, zoals aanscherping van regels om concurrentie van voer en water om te drinken te voorkomen, worden de voorwaarden voor het mogen couperen nader ingeperkt.

Pluimvee

Vleeskuikens:

  • Per 2026: eerste stap naar meer ruimte voor vleeskuikens naar maximaal 39 kg/m2.
  • Per 2030: verplichting tot het aanbrengen van plateaus/verhogingen voor vleeskuikens
  • Per 2026: aanscherping van de voorschriften over permanente toegang tot voldoende droog, rul strooisel van goede kwaliteit met het oog op de geschiktheid ervan voor stofbaden, exploreren en foerageren
  • Per 2026: permanente toegang tot schoon water om te drinken (niet per se drinkwater)

Leghennen:

  • Per 2030: een verbod op kooihuisvesting (ook opfokleghennen en ouderdieren) (betreft overgangstermijn voor resterende 10% van de houders)
  • Per 2026: verplichting tot het aanbrengen van voldoende verhogingen (meer ruimte per dier op zitstok/platform dan nu verplicht is)
  • Per 2026: aanscherping van de voorschriften over permanente toegang tot voldoende droog, rul strooisel van goede kwaliteit met het oog op de geschiktheid ervan voor stofbaden, exploreren en foerageren
  • Per 2026: bezettingsgraad opfokleghennen vastleggen op maximaal 18 hennen per m2
  • Alle vier veehouderijsectoren

Alle vier veehouderijsectoren

  • Elke melkvee-, kalver-, leghennen-, vleeskuiken- en varkenshouder heeft per 2026 een klimaatadaptatieplan als onderdeel van het gezondheidsplan, dat onder meer maatregelen bevat om het stalklimaat te verbeteren en om hitte- en koudestress te voorkomen.
  • Per 2028 wordt een eerste stap in regelgeving gezet met specifieke maximumnormen voor gasconcentraties voor de koeien-, kalver-, leghennen-, vleeskuiken- en varkensstal
  • Aanscherpen regels voor daglicht in de stallen bij nieuwbouw.
    1. het vastleggen van een minimale aanvoerleeftijd van kalveren naar 28 dagen die per 2026 wordt ingevoerd
    2. de verplichting om voor gespeende varkens voorzieningen te treffen om een deels dichte vloer te creëren
    3. de verplichting dat gelten en drachtige zeugen per 2028 permanente beschikking over ruwvoer hebben en
    4. het stellen van nadere voorwaarden voor het mogen couperen van de staarten van varkens.

Bron: https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2024Z03314&did=2024D07578