Voorstel nieuwe diercategorieën mestregelgeving

Op verzoek van het Ministerie van LNV heeft de Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM) in samenspraak met LTO een onderzoek ingesteld om te kijken naar nieuwe diercategorieën voor de mestregelgeving. Deze categorieën voor vleesvee moeten (beter) aansluiten bij de structuur van de huidige Nederlandse vleesveehouderij, en representatief zijn voor het berekenen van stikstof- en fosfaatexcretie. Concreet komt de CDM met vijf nieuwe diercategorieën voor vleesvee met bijbehorend excretieforfaits. Minister Adema geeft aan dat de implicaties van dit advies vergaand zijn. Niet alleen voor de vleesveehouderij maar zeker ook voor aanpalende sectoren en voor de uitvoering. Daarom heeft de minister nog geen besluit genomen over het al dan niet opvolgen van het CDM-advies. Vanuit het oogpunt van transparantie is het onderzoek alvast gedeeld met de Tweede Kamer. Ook om het gesprek tussen de betrokken sectoren alvast mogelijk te maken.

Huidige 3 categorieën vleesvee

Categorie 115: Startkalveren voor rosévlees of roodvlees: Kalveren van ca. 14 dagen tot ca. 3 maanden die op gespecialiseerde bedrijven worden gehouden en vervolgens op een bedrijf als rosévleeskalf dan wel roodvleesstier worden gehouden.

Categorie 120: Weide- en zoogkoeien: Koeien die ten minste eenmaal hebben gekalfd niet zijnde melk- en kalfkoeien.

Categorie 122: Roodvleesstieren van ca. 3 maanden tot de slacht: Inclusief ossen en vrouwelijke dieren die op de dezelfde wijze worden gemest

Voorgestelde 5 nieuwe categorieën vleesvee

Categorie 121: Jongvee voor de vleesveehouderij: Mannelijk en vrouwelijk jongvee van 0 dagen tot en met 8 maanden bestemd voor de vleesveehouderij.

Categorie 122: Vleesvee van 9 tot en met 30 maanden bestemd voor de slacht: Mannelijke runderen van 9 maanden tot en met 30 maanden die bestemd zijn voor de slacht. Inclusief ossen en vrouwelijke dieren die op dezelfde wijze worden gehouden.

Categorie 123: Vleesvee van 9 maanden tot eerste afkalving bestemd voor de fokkerij: Vrouwelijke runderen van 9 maanden tot het moment waarop zij voor het eerst een kalf krijgen en die bestemd zijn voor de fokkerij. Inclusief fokstieren die op dezelfde wijze worden gehouden.

Categorie 124: Vleesvee van 31 maanden tot de slacht: Vrouwelijke runderen van 31 maanden tot aan de slacht. Inclusief ossen en mannelijke dieren die op dezelfde wijze worden gehouden.

Categorie 125: Zoog- en weidekoeien voor de vleesveehouderij: Koeien die tenminste éénmaal hebben gekalfd, niet zijnde melk- en kalfkoeien, die gehouden worden om jaarlijks een kalf te krijgen en het kalf zelf zogen.

Zie rapport: Advies over actualisatie excretieforfaits van vleesvee | Rapport | Rijksoverheid.nl