Eiwittransitie: er is beleid in de maak

De eiwittransitie gaat volgens verschillende maatschappelijke organisaties niet hard genoeg. Tijd dat er beleid komt vinden ze. En minister Adema is het met ze eens. Hij wil de prijzen van dierlijke eiwitten verhogen, alternatieven goedkoper maken, duurzame consumptiepatronen bevorderen en de consumptie van dierlijke eiwitten verminderen. Ook wil de overheid regels opstellen aan onder andere retail, horeca, en cateraars. Voor bedrijven die de richtlijnen volgen zal subsidie klaarliggen en achterblijvers kunnen uitgesloten worden.

Dit is het advies volgens het onderzoeksrapport ‘’Het nieuwe Half om Half’ door NewForesight in opdracht van Dierencoalitie, ProVeg, Transitiecoalitie Voedsel, World Animal Protection Nederland, Varkens in Nood en Compassion in World Farming . Piet Adema, minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit staat achter de plannen van het rapport en werkt eraan om dit in een beleid verder uit te werken. Dit schrijft hij in een brief op 25 augustus 2023 aan Stichting ondersteuning Dierencoalitie die het rapport aan de minister had opgestuurd.

Beleid voor 50% dierlijke en 50% plantaardige consumptie

In het onderzoeksrapport staat een advies hoe vorm te geven aan het beleid voor de eiwittransitie met 50% consumptie dierlijk en 50% consumptie plantaardig. Zij zien hier een belangrijke rol van de overheid. Beleidsmaatregelen zoals het verhogen van de prijzen van dierlijke eiwitten en het goedkoper maken van alternatieven, kunnen duurzame consumptiepatronen bevorderen en de consumptie van dierlijke eiwitten verminderen. Het is volgens de onderzoekers aan de overheid normering hieromtrent in te zetten richting retail, horeca, en cateraars. Zo kan de voedselomgeving in lijn worden gebracht met de gestelde doelverhouding van 50% plantaardige – 50% dierlijke eiwitten.  Onderzoekers: “Om het voedselpatroon van consumenten aan te passen, kan worden overwogen om supermarkten te verplichten om een bepaald percentage producten van plantaardige eiwitten te verkopen”.

Uit de laatste cijfers blijkt dat de consumptie van rood en bewerkt vlees daalt in Nederland. Er moet echter meer gebeuren om tot de gestelde doelverhouding te komen van 50% plantaardige en 50% dierlijke eiwitten in 2030. De laatste Voedselconsumptiepeiling van het RIVM uit 2023 laat zien dat de huidige verhouding ligt op 42% plantaardige en 58% dierlijke eiwitten. Uit diezelfde peiling blijkt een daling van consumptie van rood en bewerkt vlees. Echter moet er meer gebeuren om de door de overheid gestelde doelverhouding van een verhouding tussen dierlijke en plantaardige eiwitten van 50/50 in 2030 te behalen. Maar dit vereist samenwerking tussen stakeholders zoals supermarkten, de overheid, financiële instellingen en consumenten en vele anderen zeggen de onderzoekers.

Subsidies zijn een belangrijk instrument om koplopers te belonen. Het biedt ruimte om innovaties te versnellen, te investeren in het opbouwen van nieuwe businessmodellen en daaraan gerelateerde relaties en waardeketen opzetten. Daarnaast zal het een aantrekkingskracht zijn anderen die ook interesse krijgen in het deelnemen aan de transitie. Huidige subsidiestromen zijn te veel gericht op dierlijke eiwitten, en te weinig op plantaardige eiwitten.

Productie dierlijke producten

Het verlagen van de dierlijke eiwitconsumptie in Nederland heeft geen groot effect op de productie van dierlijke producten in Nederland. Nederland was in 2020 de grootste vleesexporteur van de EU. In 2021 heeft de export van vlees de Nederlandse economie 9,3 miljard euro opgeleverd. Een daling van de consumptie betekent daarmee niet automatisch een daling van de productie – dit bemoeilijkt de oplossingsrichtingen. Bovendien komt 75% van wat we consumeren uit het buitenland.

Een onderzoek vanuit het Voedingscentrum (2021) geeft aan dat de belangrijkste redenen om minder of geen vlees te eten zijn het milieu (37% van de onderzoekspopulatie) en dierenwelzijn (34% van de onderzoekspopulatie), naast nog velen anderen redenen. Van de laagopgeleiden die aangeven in overweging te zijn om minder vlees te eten, is dierenwelzijn de belangrijkste drijfveer. Voor hoogopgeleiden is milieu/klimaat het voornaamste argument.

In de huidige marktdynamiek is productie van dierlijke eiwitten economisch aantrekkelijk. Productiemethoden zijn door jarenlange innovatie efficiënt en de vraag is hoog. Subsidies zijn een belangrijk instrument om koplopers te belonen. Het biedt ruimte om innovaties te versnellen, te investeren in het opbouwen van nieuwe businessmodellen. Daarnaast zal het een aantrekkingskracht zijn voor anderen die interesse krijgen in het deelnemen aan de transitie. De onderzoekers stellen dat de huidige subsidiestromen te veel gericht zijn op dierlijke eiwitten, en te weinig op plantaardige eiwitten.

Conclusies rapport ‘Het nieuwe Half om Half’:

  • VERBREED DE BLIK VERDER DAN OPBOUW VAN PLANTAARDIG – VORM EEN COMPLETE MISSIE DIE DE AFBOUW VAN DIERLIJKE CONSUMPTIE INCLUDEERT
  • ZOEK SAMENWERKING OP OM TE KOMEN TOT PRIJSMAATREGELEN DIE LEIDEN TOT EEN RECHTVAARDIGERE VOEDSELPRIJSVERDELING
  • BLIJF DE URGENTIE VAN AFBOUW VAN NIET-DUURZAME PRAKTIJKEN BENADRUKKEN
  • ZET NORMERING IN OM DE VOEDSELOMGEVING AAN TE PASSEN OP DE GESTELDE DOELVERHOUDING VAN 50% PLANTAARDIGE EN 50% DIERLIJKE EIWITTEN

Rapport: https://transitiecoalitievoedsel.nl/wp-content/uploads/Onderzoek-van-strategisch-consultancybureau-NewForesight.pdf