In 2024 waren er zowel in België als Nederland honderden productrecalls. Hoewel beide landen dezelfde inzet tonen, verschillen de aantallen, oorzaken én de manier waarop de handhavers optreden. In dit artikel de cijfers én de verschillen voor bedrijven en toezichthouders.
De cijfers in perspectief
België registreerde in 2024 volgens het FAVV 283 productrecalls en 66 waarschuwingen, samen goed voor 349 meldingen. Nederland rapporteerde volgens het NVWA-jaarverslag 192 productrecalls en 41 waarschuwingen, samen 233 meldingen. Dat betekent dat België ongeveer 50 % meer meldingen deed dan Nederland, ondanks het kleinere inwonertal.
Wat zit erachter? Oorzaken vergeleken
In België waren chemische risico’s, zoals te veel additieven of residuen van gewasbeschermingsmiddelen, goed voor 42 % van de productrecalls. Microbiologische risico’s (Listeria, Salmonella, STEC) veroorzaakten 33 %. Vreemde deeltjes (glas, metaal) leidden tot 25 % van de acties.
In Nederland lag de verdeling anders: microbiologische risico’s waren de grootste oorzaak met 39 %, chemische risico’s waren goed voor 27 % en fysieke contaminatie voor 18 %.
Bij waarschuwingen ging het in beide landen vooral om ontbrekende of foutieve allergeneninformatie (BE: 95 %, NL: 90 %).
Gevolgen voor de praktijk: verschil in handhavingsstijl
De Belgische aanpak is streng en laagdrempelig: het FAVV eist een productrecall of waarschuwing zodra een wettelijke norm is overschreden, ook al is er geen direct gezondheidsrisico. Bedrijven moeten dus eerder actie ondernemen en zijn gebonden aan een strak meldingsregime. Dit leidt tot meer meldingen, hogere recall-kosten en soms productrecalls waar het risico beperkt is. Handhavers in België houden strak vast aan vaste normen en tolereren weinig maatwerk.
In Nederland is de NVWA terughoudender: de nadruk ligt op het beoordelen van het werkelijke gevaar. Er wordt vaker gekeken naar de context, de ernst van de overschrijding en het daadwerkelijke risico voor de consument. Dit geeft bedrijven meer ruimte, maar ook meer verantwoordelijkheid om zelf een goede risicobeoordeling te maken. Tegelijk leidt deze aanpak tot onzekerheid: bedrijven weten soms niet hoe streng de NVWA in een individueel geval zal oordelen.
Conclusie
De verschillende aanpak van handhavers heeft grote impact op bedrijven. Belgische bedrijven opereren in een strak kader met voorspelbare, maar soms disproportionele productrecalls. Nederlandse bedrijven hebben meer ruimte voor risicogestuurde beslissingen, maar lopen het risico dat hun inschatting bij inspectie toch wordt afgekeurd. Voor bedrijven die actief zijn in beide landen is het advies duidelijk: werk structureel volgens de strengste eisen en zorg voor gedegen interne procedures, om niet verrast te worden door de uiteenlopende toezichtstijlen. Kritisch punt: zou een geharmoniseerde Europese productrecall-aanpak niet meer recht doen aan zowel voedselveiligheid als werkbaarheid voor bedrijven?
Bronnen:
- FAVV (2025). Jaarcijfers productrecalls 2024.
- NVWA (2025). Jaaroverzicht Voedselveiligheid 2024.