Nieuwe kennisagenda Groenblauwe Dooradering

Het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit vroeg Wageningen University & Research en Rijksuniversiteit Groningen een Kennisagenda op te stellen rondom het thema Groenblauwe Dooradering (GBDA). De aanleiding hiervoor is het doel om in 2050 10% GBDA in het landelijk gebied te realiseren, zoals vastgelegd in het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Om dit doel te behalen acht het ministerie kennisontwikkeling, kennisverspreiding en herwaardering van bestaande kennis noodzakelijk. Een kennisagenda verkent om welke kennisvragen het gaat, wat de prioriteiten zijn en hoe deze onderzocht kunnen worden. Zo vormt het de basis voor de onderzoeksprogrammering rondom GBDA voor de komende jaren en ondersteunt het de realisatie van 10% GBDA.

Wat is groenblauwe dooradering?

Onder groenblauwe dooradering verstaan we een netwerk van ‘kleine’ natuur- en landschapselementen. Als bovengrens wordt een omvang van maximaal 1,5 hectare gehanteerd. Dit netwerk bestaat zowel uit droge landschapselementen, zoals houtwallen, bomenrijen, kruidenrijke randen, als uit natte elementen, zoals sloten, beken met natuurlijke oevers en poelen.

Nadelen groenblauwe dooradering

  • Het verdienmodel van de boer is vaak al krap, en daarom is er vaak geen ruimte om ook aan onbetaald landschapsbeheer te doen.
  • Voor met name boeren is het feit dat landschapselementen in de vorm van houtopstanden een wettelijke instandhoudingsplicht kennen (‘boswet’) een belemmering. Eenmaal aangelegd, kom je er niet meer vanaf.
  • Landbouwgrond in ons land is prijzig en als je dan ook een groot deel moet omzetten naar landschapselementen, dan levert het nog minder op voor de boer.

Sancties of belonen?

Het beleidsdoel kan normerend worden opgesteld, met sancties als deze niet gehaald worden of als bovenwettelijke doelstelling waarvoor inspanningen beloond worden. Voorlopig is ervoor gekozen om de 10% GBDA niet normerend op te leggen, maar op basis van vrijwilligheid te realiseren. Het gaat dan om bovenwettelijke duurzaamheidsdoelen, die daarom gepaard gaan met een groot financieringsvraagstuk.

Wie gaat dat betalen?

De 10% GBDA-doelstelling is dusdanig kostbaar dat zonder financieringsregelingen de kans op realisatie bijzonder klein is. De huidige regelingen en subsidies zijn niet toereikend.

Er moeten duurzame (langjarige) subsidie- dan wel beloningsmogelijkheden komen en afwaardering van grond moet worden vergoed. Of er moet gewerkt worden met een grondbank met een vergoedingssysteem voor geleverde ecosysteemdiensten (verdienmodellen). Ontschotting van budgetten is noodzakelijk om beter aan te sluiten op het meerledige doel dat met GBDA bereikt wordt.

Tegenstrijdige regelgeving werkt belemmerend

Voor de uitvoering van GDBA komt men tegenstrijdige regelgeving tegen. Grond heeft ofwel een natuur- ofwel een landbouwbestemming, maar een mengvorm is vrijwel niet mogelijk. En kernkwaliteiten als openheid, archeologische (verwachtings)waarden of (potentieel) weidevogelbeschermingsgebied werkt de aanplant van bomen bijvoorbeeld tegen. Ook de Pachtwet is belangrijk in deze context. Onderzocht wordt hoe dit anders kan.

De aanleg en beheer van GBDA moet in samenspraak en ontwikkeling met lokale partijen gebeuren. Hierbij zijn nieuwe inzichten, cocreatie plannen en monitoring belangrijk. Dit vraagt om een lerende aanpak. Goede voorbeeldcasussen ter inspiratie zijn hierbij belangrijk.

Bron: https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2024D30930&did=2024D30930

Vraag een vrijblijvend Condor Consult aan