Nieuwe regels nitrietgebruik worstmakerij uitgelegd

Vanaf oktober 2025 gaat een belangrijke wijziging in de regelgeving voor het gebruik van nitriet in vleesproducten van start. De nieuwe regels gelden voor álle vleesproducenten in de EU, óók de ambachtelijke slagers. Er zijn geen uitzonderingen.

Het maximale gehalte van toegevoegd nitriet voor vleesproducten was 150 mg/kg maar gaat per oktober naar 80 mg/kg uitgedrukt in NO₂⁻ ionen. De 150 mg/kg tot 9 oktober 2025 is uitgedrukt in NaNO₂. En dat is iets heel anders, wat erg misleidend is. Nieuw is een restgehalte van nitriet van 45 mg/kg, ook uitgedrukt in NO₂⁻ ionen.

Het is belangrijk dat je weet wat het verschil is, maar slagers hebben dit niet in hun opleiding meegekregen. Daarom leg ik in dit artikel uit wat het verschil is en hoe je er mee om kan gaan in de praktijk. In het vernieuwde Handboek additieven in levensmiddelen van de NVWA is hier gek genoeg niets over gezegd.

Het verschil tussen natriumnitriet en nitriet-ion

Nitriet wordt vaak toegevoegd aan vleesproducten, zoals ham, worst en bacon, om ze langer houdbaar te maken, de kleur te verbeteren en de smaak te versterken. Het wordt gebruikt in de vorm van natriumnitriet (NaNO₂), een zout dat bestaat uit natrium en nitriet.

  • NO₂⁻ is het nitriet-ion, het werkelijke deeltje dat je meet wanneer je kijkt naar hoeveel nitriet er in een vleesproduct zit. Dit is het deel dat belangrijk is voor de veiligheid van het voedsel, omdat te veel nitriet schadelijk kan zijn voor de gezondheid. NO₂⁻ is dus het werkelijke restgehalte dat we meten in het vlees.
  • NaNO₂ is natriumnitriet, de stof die natrium (zout) en nitriet (NO₂⁻) bevat. Dit wordt in de receptuur toegevoegd aan vleesproducten. Het is als een “doosje” dat het nitriet-ion (NO₂⁻) bevat. Het doel is om voldoende NO₂⁻ (het werkelijke restdeel dat we meten) te verkrijgen. Terwijl we de juiste hoeveelheid natriumnitriet (NaNO₂) in de receptuur toevoegen.

Wat verandert er in de wetgeving?

Tot en met 9 oktober 2025 wordt er geen maximum gesteld voor de hoeveelheid nitriet die in het eindproduct mag zitten, maar enkel voor de hoeveelheid die tijdens de productie mag worden toegevoegd. Vanaf oktober 2025 worden er echter twee belangrijke maxima vastgesteld:

  1. De hoeveelheid NO₂ ion die tijdens de productie mag worden toegevoegd.
  2. De hoeveelheid NO₂ ion die in het eindproduct mag overblijven.

Het maximum gehalte van 45 mg/kg NO₂⁻ in het eindproduct betekent dat de slager ervoor moet zorgen dat, na de verwerking van het product (bijvoorbeeld door verhitten, roken of fermenteren), er niet meer dan 45 mg/kg nitriet-ionen overblijven.

Hoe bereken je de maximale hoeveelheid NaNO₂?

Als de maximale hoeveelheid NO₂⁻ in het eindproduct 80 mg/kg is, dan moeten we berekenen hoeveel NaNO₂ je vóór bereiding mag toevoegen.

Aangezien NaNO₂ slechts 66,7% uit nitriet-ionen (NO₂⁻) bestaat, kunnen we berekenen hoeveel NaNO₂ nodig is om precies 80 mg/kg NO₂⁻ te krijgen:

Je mag dus maximaal 120 mg/kg natriumnitriet toevoegen in vleesproducten.

Maar hoeveel colorozozout is dat? Colorozozout bevat 0,6% NaNO₂, oftewel 6 mg NaNO₂ per gram colorozozout. Als je bijvoorbeeld 120 mg NaNO₂ per kg vlees wil gebruiken heb je 20 gram colorozozout per kg vlees nodig.

Veranderingen in de productie van Vleesproducten

Met de nieuwe regelgeving moet er een zorgvuldige balans zijn tussen de hoeveelheid natriumnitriet die tijdens de productie wordt toegevoegd en de restwaarde van nitriet die uiteindelijk in het eindproduct overblijft. Verschillende verwerkingsmethoden hebben namelijk invloed op de afbraak van nitriet:

  1. Fermentatie en indroging zorgen voor een grotere afname van nitriet.
  2. Hittebehandelingen, zoals koken en roken, verminderen ook de hoeveelheid nitriet die in het product achterblijft.
  3. Opslag heeft eveneens invloed, aangezien de restwaarde van nitriet kan veranderen afhankelijk van de tijd dat het product wordt bewaard en de temperatuur.

Om slagers te helpen begrijpen hoeveel nitriet er in verschillende producten kan blijven na verwerking, volgt onder een geschatte restwaarde van nitriet in diverse vleesproducten. De schattingen zijn gebaseerd op de werken van Honikel (2008), Sebranek & Bacus (2007), en Cassens (1997), die de afbraak van nitriet door verschillende verwerkingsmethoden hebben onderzocht.

Tabel: Geschatte Restwaarde van Nitriet in vleesproducten

Groep

Voorbeelden

Kenmerken

Verwachte nitrietafbraak (%)

1. Gekookte vleeswaren

Kookworst, boterhamworst, leverworst, ham

pH 6,0 – 6,5, verhit tot 70-80°C

30-70% (afhankelijk van temperatuur)

2. Gefermenteerde, niet-verhitte droge worsten

Salami, fuet, chorizo

pH 5,3 – 5,8, starterculturen, langzame rijping

40-80% (afhankelijk van pH en startercultuur)

3. Licht gerookte producten

Rookworst, gerookte ham, spek

Rooktemperatuur < 30°C, kort roken

20-50%

4. Heet gerookte producten

Cervelaat, boerenmetworst

Rooktemperatuur > 40°C, langere rooktijd

50-80%

5. Sterk ingedroogde producten

Droge worst, basturma

> 30% vochtverlies, vaak gecombineerd met roken en fermentatie

60-90%

De afname van nitriet hangt sterk af van de temperatuur, duur en het type hittebehandeling. Koken is het meest effectief, terwijl roken en fermentatie ook belangrijke factoren zijn in het verlagen van de nitrietconcentratie in vleesproducten.

Voor gekookte vleeswaren (zoals gekookte worst, ham en paté)

  • Een pH rond 6,0 – 6,2 en een milde verhitting helpt om voldoende nitriet te behouden.
  • Starterculturen kunnen helpen om bacteriegroei te reguleren, maar overmatige zuurvorming versnelt nitrietafbraak.
  • Meer zout (3,5%) remt afbraak en zorgt voor een hogere restwaarde.

Voor droge worsten en gerijpte producten (zoals salami en fuet)

  • Een lagere pH (5,4 – 5,8) versnelt fermentatie en helpt om meer nitriet af te breken.
  • Indroging (30-40%) en roken kunnen de concentratie per kilogram beïnvloeden, waardoor een lager startgehalte nitriet mogelijk is.
  • Een balans tussen starterculturen, zout en rijpingstemperatuur is essentieel voor een optimaal eindproduct.

Wat is de minimale hoeveelheid nitriet?

De minimale hoeveelheid nitriet (NaNo₂) die nodig is in worst voor kleurvorming en conservering hangt af van verschillende factoren zoals het type product, pH, zoutgehalte en bereidingswijze.

Minimale hoeveelheid nitriet per toepassing

Doel van nitriet

Minimale concentratie (mg/kg NaNO₂)

Toelichting

Kleurvorming (roze-rode kleur in vlees)

40-50 mg/kg

Lager dan 40 mg/kg leidt tot onvoldoende kleurontwikkeling.

Conservering (remming van Clostridium botulinum en andere bacteriën)

80-100 mg/kg

Onder 80 mg/kg is de antibacteriële werking minder effectief.

Duurzame houdbaarheid (langere bewaring van producten zoals droge worst)

100-150 mg/kg

Noodzakelijk bij langdurige rijping en lagere pH.

Bron: Sebranek, J.G. & Bacus, J.N. (2007). “Cured meat products without direct addition of nitrate or nitrite: What are the issues?” Meat Science, 77(1), 136-147. Honikel, K.O. (2008). “The use and control of nitrate and nitrite for the processing of meat products.” Meat Science, 78(1-2), 68-76. EFSA (European Food Safety Authority) – Scientific Opinion on Nitrites and Nitrates in Meat Products (2017).

🔹 Voor gekookte worst (zoals boterhamworst of rookworst) is 50-80 mg/kg nitriet meestal voldoende.
🔹 Voor droge, gerijpte worsten (zoals salami) is vaak 80-120 mg/kg nodig vanwege het langere rijpingsproces en de bacteriële activiteit.

Gewenste nitrietconcentratie

(ppm = mg/kg NaNO₂)

Benodigde colorozozout

(g/kg vlees)

80 mg/kg

90 mg/kg

100 mg/kg

110 mg/kg

120 mg/kg

13,3 g/kg

15,0 g/kg

16,7 g/kg

18,3 g/kg

20,0 g/kg

Adviezen voor de slager

  • Test en optimaliseer je receptuur met lagere nitrietdoseringen, maar houd rekening met de minimale dosering in combinatie met de verwachte afbraak.
  • Controleer pH, zoutgehalte en indroging per product om de juiste hoeveelheid nitriet te behouden.
  • Experimenteer met fermentatieculturen en (natuurlijk) roken om smaak en veiligheid te verbeteren zonder overmatig nitrietgebruik.
  • Doe (indien nodig) een laboratoriumanalyse van je eindproduct om te voldoen aan de nieuwe regelgeving.

Bronnen:

Honikel, K.O. (2008) – “The use and control of nitrate and nitrite for the processing of meat products.” Meat Science, 78(1-2), 68-76.

Sebranek, J.G. & Bacus, J.N. (2007) – “Cured meat products without direct addition of nitrate or nitrite: What are the issues?” Meat Science, 77(1), 136-147.

Cassens, R.G. (1997) – “Composition and Safety of Cured Meats in the USA.” Food Chemistry, 59(4), 561-566.

Vraag een vrijblijvend Condor Consult aan