Het begon met een nobel idee: een eenvoudig, kleurrijk logo dat consumenten in één oogopslag zou helpen een gezondere keuze te maken. Nutri-Score, geboren in Frankrijk, groeide uit tot een Europees label dat inmiddels door supermarkten, het Voedingscentrum en internationale afspraken omarmd wordt. In Nederland is het officieel nog altijd vrijwillig. Maar wie vandaag een voedselproducent in Nederland is, weet: van vrijwilligheid is in de praktijk weinig meer over.
De druk komt van alle kanten. Grote supermarktketens, met Albert Heijn voorop, hebben uitgesproken dat ze op alle producten Nutri-Score willen tonen. Dat geldt voor huismerken én A-merken. Voor producenten betekent dit simpelweg: wil je blijven leveren aan de supermarkt, dan moet je die score aanleveren. Doe je het niet zelf, dan mag de supermarkt of distributeur — na een korte aankondiging — de score zélf publiceren.
En dan is er de consument. Die ziet in reclames en via het Voedingscentrum steeds vaker Nutri-Score terug. Wat bedoeld was als keuzehulp, is ongemerkt de standaard geworden. Steeds meer mensen letten op het groene A’tje of B’tje op de voorkant van een verpakking, en trekken hun conclusie.
Een onvermijdelijke keuze
Daarmee staan Nederlandse productiebedrijven op een kruispunt. De vraag is niet langer óf je iets moet met Nutri-Score, maar hoe je ermee omgaat.
Grote concerns hebben het relatief makkelijk. Zij beschikken over voedingskundigen en R&D-teams, hebben de budgetten om recepturen aan te passen en kunnen de kosten van analyses, licenties en nieuwe verpakkingen uitsmeren over duizenden producten. Voor hen is Nutri-Score een administratieve klus, een investering die loont omdat ze hun marktpositie behouden of zelfs versterken.
Voor het mkb is de realiteit anders. Denk aan een familiebedrijf dat ambachtelijke vleeswaren maakt, een kleine zuivelfabriek die regionale kazen levert, of een producent van biologische dressings. Voor hen betekent Nutri-Score vaak:
- een extern bureau inschakelen om de score per product te berekenen (kosten: € 500 tot € 2.500 per product);
- licenties regelen en registraties bijhouden;
- verpakkingen aanpassen, nieuwe etiketten drukken, oude voorraden afschrijven;
- misschien zelfs recepturen aanpassen om een betere score te halen — met alle risico’s voor smaak, herkenbaarheid en merkbeleving.
En alsof dat nog niet genoeg is, kunnen toekomstige wijzigingen in het algoritme opnieuw leiden tot herberekeningen, nieuwe etiketten en nieuwe kosten — die volledig op het bord van de producent terechtkomen.
Meebewegen of eigen koers varen?
Juist deze realiteit dwingt mkb’ers tot een strategische afweging. Gaan ze mee in het systeem, investeren ze in de kosten en hopen ze daarmee hun plek in het schap van de supermarkt veilig te stellen? Of pakken ze dit moment aan om zich juist te onderscheiden?
Er zijn alternatieven. Denk aan samenwerking met boerderijwinkels, korte-keten-platforms en speciaalzaken die waarde hechten aan lokale, ambachtelijke of duurzame producten en waar Nutri-Score helemaal geen rol speelt. Denk aan het krachtig uitdragen van het eigen verhaal: dat van herkomst, vakmanschap, minimale bewerking en eerlijke ingrediënten — aspecten die een logo als Nutri-Score nu eenmaal niet laat zien.
Bedrijven kunnen er ook voor kiezen selectief te zijn: per product beoordelen of Nutri-Score loont of vooral geld kost zonder dat het iets oplevert. En wie wel met Nutri-Score werkt, kan via brancheorganisaties krachten bundelen, gezamenlijke berekeningen laten uitvoeren en afspraken maken over wie opdraait voor kosten bij toekomstige algoritmewijzigingen.
Een moment van bezinning
De invoering van Nutri-Score in Nederland is een schoolvoorbeeld van hoe een vrijwillig systeem in de praktijk een harde voorwaarde wordt om mee te mogen doen. Het grootbedrijf kan de lasten dragen; het mkb staat voor een fundamentele keuze.
Gaan ze mee met de stroom en investeren ze in een logo dat vooral de grote spelers in de kaart speelt? Of benutten ze dit moment om een eigen positie te claimen, los van een kleur-lettercombinatie, en hun unieke kwaliteiten krachtig te communiceren?
De vraag is niet óf deze keuze gemaakt moet worden. De vraag is wanneer. Want één ding is duidelijk: de bedrijven die nu bewust hun koers bepalen, houden zelf de regie — en laten zich niet alleen leiden door wat supermarkten en overheden opleggen.
Bronnen: