Openbaarmaking boetes door NVWA

Op 6 december heeft de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) gehoor gegeven aan een WOB-verzoek van 4 januari 2022. Men vroeg hierbij om het openbaar maken van informatie over omzetgerelateerde boete(s) in de zin van het Warenwetbesluit bestuurlijke boeten en niet-omzetgerelateerde boete(s) in de zin van het Warenwetbesluit Bereid en behandeling van levensmiddelen (WBBL) die zijn opgelegd door de NVWA.

In de periode 2016 t/m 2021 zijn er ruim 800 boetes uitgedeeld. Opvallend is dat de meeste boetes dezelfde grondslag kregen. Zoals Verordening 178/2002 artikel 19 lid 1 of 3. Dit betreft het in de handel brengen van een onveilig levensmiddel. Daarnaast kwam het overtreden van artikel 2 lid 1 , 3  en 10 WBBL veelvuldig voor. Dit ging om bereidings- en vervoersprocessen die niet conform de richtlijnen werden uitgevoerd. De namen van betreffende bedrijven zijn hierbij niet genoemd. De motivatie die de NVWA hierbij geeft is: “In het document staan persoonsgegevens van derden. Het gaat om persoonsgegevens die (indirect) te herleiden zijn tot een persoon zoals namen, e-mailadressen, telefoonnummers en functienamen. Bij bepaalde passages in het document is dit het geval. Ik vind het in dit geval belangrijk dat de identiteit van betrokkene niet bekend wordt, omdat dit zijn of haar privacy kan schenden. Dat vind ik niet wenselijk. Het belang van de persoonlijke levenssfeer, weeg ik hier zwaarder dan het algemene belang van openbaarmaking. Daarom maak ik deze persoonsgegevens niet openbaar.”

Het verzoek is gedaan op basis van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Deze wet is sinds 1 mei 2022 vervangen door de Wet open overheid (Woo).