De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur heeft begin september de Tweede Kamer geïnformeerd over de laatste stand van zaken rond voedselverspilling. Uit de Monitor Voedselverspilling 2009–2023 van Wageningen University & Research blijkt dat in 2023 in Nederland 2,27 miljoen ton voedsel verloren ging – goed voor 127 kilo per inwoner is een daling van 17% ten opzichte van 2015, maar nog altijd gaat bijna een vijfde van ons voedsel verloren.
Waar vindt verspilling plaats?
De grootste verspilling doet zich voor bij de verwerkende industrie (46%) en in huishoudens (37%). De retail – supermarkten en distributie – verspilt 111 kiloton, oftewel 5% van het totaal
Hoe meten we nu?
De voedselverspilling wordt jaarlijks in kaart gebracht door WUR via de Monitor Voedselverspilling. Deze meetmethodiek combineert openbare data (afvalverwerking, veevoer, hernieuwbare energie, consumentenafval) met zelfmonitoring vanuit sectoren. Voor de retail zijn de cijfers gebaseerd op gegevens van supermarktorganisaties via Stichting Samen Tegen Voedselverspilling (STV). Voor industrie en primaire productie zijn de cijfers deels afgeleid van secundaire data en enquêtes
Met dit systeem ontstaat een betrouwbaar totaalbeeld, maar de beslisnota waarschuwt dat ketenoverstijgende verspilling (verlies tussen schakels) nog nauwelijks wordt meegenomen en daarom een volgende stap verdient.
Strategie: ketenoverstijgende maatregelen
De minister schetst in de Kamerbrief dat de daling dreigt af te vlakken en dat een volgende stap noodzakelijk is. De inzet richt zich op:
- Uitbreiding van zelfmonitoring naar ketenschakels die nu achterblijven – vooral de verwerkende industrie. Transparantie zoals bij supermarkten moet ook daar de norm worden.
- Ketenoverstijgende verspilling beter meten – verliezen die ontstaan tussen schakels (bijv. eisen van supermarkten waardoor oogst wordt afgekeurd) worden nu onvoldoende zichtbaar. Nieuw WUR-onderzoek naar verschillen tussen gangbaar en biologisch moet dit beter in beeld brengen.
- Hoogwaardiger benutten van reststromen – van diervoeder tot insectenkweek en structurele inzet voor voedselhulp, zodat waardevolle grondstoffen niet verloren gaan.
- Europees aangescherpte doelen – 30% reductie bij retail en consumenten en 10% in de industrie in 2030. Dit vraagt om maatregelen die verder gaan dan losse initiatieven per bedrijf.
- Aanpassing handelsnormen – soepeler omgaan met cosmetische eisen bij groente en fruit zodat meer producten via retail of verwerking bij de consument terechtkomen in plaats van als afval te eindigen
En de ambachtelijke ondernemers?
Voor slagers, bakkers en andere versondernemers zijn geen landelijke cijfers beschikbaar. Toch wijzen praktijkervaring en kleinere onderzoeken erop dat de verspilling hier aanzienlijk lager ligt:
- Kortere ketens zorgen voor minder voorraad en snellere doorstroom.
- Vraaggestuurde productie maakt dat ondernemers flexibeler kunnen inspelen op klanten.
- Reststromen krijgen waarde doordat botten, snijresten en overschotten vaak verwerkt worden tot nieuwe producten.
Maar de boodschap van de minister is duidelijk: om verdere daling te realiseren moeten we over de ketens heen kijken, ook het MKB.
Conclusie
De rijksoverheid benadrukt in haar nieuwsbericht van 4 september vooral bewustwording en positieve campagnes richting consument. Wat minder zichtbaar is: de echte opgave ligt bij bedrijven. In de Kamerbrief wordt duidelijk dat vooral de industrie en ketenoverstijgende verliezen moeten worden aangepakt en dat Europese reductiedoelen ook het MKB gaan raken.
Bron: https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2025/09/04/voedselverspilling-gedaald-met-17-sinds-2015