Wat is een eerlijke prijs voor eerlijk voedsel?

Op 10 mei was er een debat ‘De smaak van eerlijk voedsel’ georganiseerd door de universiteit van Leuven. Verschillende ketenpartijen gingen met elkaar in gesprek gaven met elk hun eigen visie over het huidig voedselsysteem. Hierbij kwamen vijf statements naar voren.

1. Eerlijke voedingsprijzen zijn prijzen die de maatschappelijke consumptie- en productiekosten reflecteren

Goedele Van Den Broeck, professor landbouweconomie aan Université Catholique de Louvain, laat haar licht schijnen over de term eerlijke prijs: “Een eerlijke prijs zou de ware kost van een product moeten reflecteren. Deze ware kost houdt alle maatschappelijke kosten in die zowel de productie als de consumptie van het product met zich meebrengt. Denk aan kosten die bijvoorbeeld gelinkt zijn aan biodiversiteitsverlies, klimaatverandering, gezondheidskosten bij consumptie van ongezonde voeding, enz.” Van Den Broeck wijst erop dat de huidige marktprijs meer dan drie keer te laag is om alle kosten te omvatten in ons huidig voedselsysteem.

“Deze reële kosten worden momenteel door onze maatschappij gedragen maar zijn niet gereflecteerd in de huidige marktprijzen”, gaat Van Den Broeck verder. “Dat is nu eenmaal eigen aan het huidig economisch model. De marktprijzen worden gevormd op basis van individuele kosten en opbrengsten, niet op basis van de sociale.”

2. Het fairtrade label is geen garantie op een faire prijs voor de boer

”Over het algemeen hebben fairtrade labels en dergelijke een positief effect op de prijzen”, vertelt Van Den Broeck. “Maar het fairtrade label op zich garandeert niet dat er een eerlijke prijs wordt gegeven aan de boer. Producenten van een fairtrade product krijgen wel een minimale prijsgarantie. Maar dure fairtrade prijzen worden niet altijd vertaald naar een hoger inkomen. Dat heeft te maken met de afzet: een fairtrade label betekent niet dat er zomaar een vaste afzetmarkt is. Als een product niet goed scoort op de afzetmarkt en daardoor een hogere prijs krijgt, betekent dit niet dat de producent daarom een hoger inkomen krijgt. Alles hangt af van de vraag van de consumenten en hoe de keten georganiseerd is.”

“Certificering is geen mirakeloplossing om eerlijke prijzen teweeg te brengen”, gaat Van Den Broeck verder. “Zolang er geen volledige transparantie is over de herkomst van grondstoffen en productieprocessen, tast men in het duister waar verbetering moet komen. Dan is het ook zeer moeilijk om via wetgeving en certificering duurzame positieve veranderingen te brengen.”

Jelle Goossens van Rikolto treedt Van Den Broeck bij: “De meeste certificeringen zijn ontstaan omdat er wanpraktijken aan het licht zijn gekomen. Nadien zijn volledige gedetailleerde draaiboeken ontstaan die men moet toepassen om te garanderen dat de wanpraktijken vermeden worden. Maar zonder transparantie kan men zo’n draaiboek niet opstellen.”

3. Kleine initiatieven met eerlijkere prijzen verdwijnen snel uit de markt

“Het is goed dat er producten en andere initiatieven zijn die duurzamer zijn of een eerlijke prijs implementeren, maar we moeten eigenlijk alles dat we dagdagelijks in onze kar gooien ook verduurzamen”, aldus Lidl-communicatieverantwoordelijke Isabelle Colbrandt. Volgens haar kiest 9 op 10 van de consumenten voor minder duurzame producten wanneer de duurzame iets duurder zijn. “De consument beweegt niet zomaar mee met hogere prijzen.”

Colbrandt geeft hierbij een voorbeeld: “In Nederland en Scandinavië is het gangbaar om producten te kopen met een ‘beter leven label’, dat is een dierenwelzijnslabel. Wij hebben dit label ook geïntroduceerd in onze supermarkt maar merkten onmiddellijk op dat de markt bij ons veel kleiner is voor deze iets duurdere producten. Eigenlijk zouden producten met zo’n label de norm moeten worden zodat de hele markt volgt. Maar zolang andere merken en andere supermarkten niet meegaan is er concurrentie, waardoor het moeilijk is om deze initiatieven vol te houden.”

4. Er is een gelijk speelveld nodig om eerlijke prijzen te kunnen bewerkstelligen

Iedereen van de panelleden is het eens: het is utopisch om te denken dat België plots een geïsoleerd eiland kan worden waar alle supermarkten alleen maar producten met eerlijke prijzen aanbieden. “Om een duurzame transitie te maken naar eerlijke prijzen voor elke ketenpartner is een gelijk speelveld nodig”, aldus voorzitter van de Groene Kring, Bram Van Hecke. “Als onze boeren bijvoorbeeld kosten moeten maken om aan bepaalde regels te voldoen, dan zouden buitenlandse producenten dit in principe ook moeten doen.”

”We mogen niet vergeten dat we leven in een geglobaliseerde wereld waarin alles heel hard aan elkaar gekoppeld is op zowel productie- als consumptievlak”, concludeert Van Den Broeck. “Om iets te veranderen op vlak van prijzen wordt dit het best via Europees beleidsmaatregelen gedaan.”

5. Het ketenoverleg loopt goed tot er iets concreet moet gebeuren

“We luisteren naar elkaar maar we begrijpen elkaar te weinig”, zegt Van Hecke. “We opereren nog niet als één keten als er iets concreet moet gebeuren. Elke ketenpartner vecht voor zijn stuk en daar heb ik alle begrip voor, maar zo geraken we niet vooruit. De overheid zal hier moeten durven tussenkomen.”

“Alle ketenpartners kennen als de beste hun eigen sector, zij weten perfect wat er zou moeten gebeuren om stappen vooruit te zetten”, duidt Jelle Goossens. “Maar ze zitten vast in dat systeem waar er een grote kans is om te verdwijnen uit de markt als je als enige de stap vooruitzet. De lat moet gelijkgelegd worden en daar moet de overheid voor zorgen. Ik zie steeds meer dat de voedings- en de supermarktwereld zelf vooruitgang wil boeken en zegt: leg als overheid de lat daar en we zullen er zelfs overgaan. Maar leg de lat er tenminste.”

Bron: www.rikolto.be