Nieuwe eisen allergenenbeheer

In 2023 waren allergenen verantwoordelijk voor een groot aantal recalls. In Nederland waren allergenen de oorzaak van 48% van de terugroepacties, terwijl dit in België 23% was. Uit een oorzaakanalyse blijkt dat het grootste probleem vaak was dat de benodigde allergeneninformatie niet op de etiketten stond (21% in Nederland en 17% in België). De NVWA heeft nieuwe strenge eisen gesteld aan het voorkomen van kruisbesmetting en risicocommunicatie: Precautionary Allergen Labeling (PAL).

Wettelijke en wetenschappelijke basis

De Europese wetgeving (Verordening (EU) nr. 1169/2011) verplicht etikettering van 14 allergenen. Daarnaast heeft de FAO/WHO referentiedosissen (RDs) vastgesteld voor acht prioritaire allergenen die het Belgische Wetenschappelijk Comité heeft uitgebreid voor de andere allergenen. Daarnaast geldt een nieuw NVWA-beleid voor kruisbesmetting en Precautionary Allergen Labeling (PAL). 

Belangrijke principes uit het referentiedosisadvies:

RDs zijn gebaseerd op de laagste hoeveelheid eiwit die een reactie veroorzaakt bij 5% van de allergische populatie (ED05-waarde). De FAO/WHO-groepering van ED05-waarden resulteerde in vijf referentiedosisgroepen: 1 mg, 2 mg, 3 mg, 5 mg en 200 mg. RDs mogen niet worden gebruikt om een product als “allergeenvrij” te claimen. Alleen als kruisbesmetting boven de referentiedosis ligt, mag een waarschuwing op het etiket worden vermeld.

Referentiedosissen per allergeen (FAO/WHO en SciCom-bevindingen)

Allergene stof

Referentiedosis (mg eiwit)

Ei

2

Melk

2

Selderij

1

Mosterd

1

Pinda

2

Hazelnoot

3

Amandel, cashew, pecannoot, pistache, walnoot, paranoten, macadamia

1

Lupine

5

Sesamzaad

2

Schaaldieren

200

Weekdieren

200

Vis

5

Soja

5

Tarwe en andere glutenbevattende granen

5

Praktische toepassing:
De RDs helpen bedrijven beoordelen of kruisbesmetting een reëel risico vormt en of waarschuwingsteksten nodig zijn. Voor gluten geldt dat allergieën moeten worden onderscheiden van coeliakie, waarvoor strengere limieten gelden.

Risicocommunicatie:

Sinds 1 januari 2024 is er een nieuw NVWA beleid voor kruisbesmetting en Precautionary Allergen Labeling (PAL). Bedrijven hebben een overgangsperiode van twee jaar om te voldoen aan het nieuwe beleid dus tot 1 januari 2026. Daarom verstandig om nu aan de slag te gaan, zie richtlijnen FNLI. Niet-voorverpakte producten vallen niet onder dit nieuwe beleid.

Processtappen en Adviezen

Normec Foodcare heeft onderstaande adviezen uitgewerkt in een whitepaper, waarvan hier een samenvatting.

1. Inventarisatie van allergenen in de productieomgeving

Maak een overzicht van alle allergenen in het productieproces, inclusief ingrediënten, hulpstoffen en mogelijke kruisbesmettingsbronnen.

  • Identificeert potentiële risico’s in het gehele proces.
  • Vormt de basis voor etikettering en risicobeoordeling.

Advies:
✔ Visualiseer allergenen per productielijn op een plattegrond.
✔ Houd een up-to-date allergenenlijst bij.

2. Analyse van besmettingspunten

Onderzoek waar kruisbesmetting kan optreden, bijvoorbeeld via transport, opslag of gedeelde machines.

  • Voorkomt onverwachte contaminatie van allergenenvrije producten.
  • Helpt bij het bepalen van preventieve maatregelen.

Advies:
✔ Controleer transportmiddelen zoals heftrucks en lopende banden.
✔ Beoordeel opslagmethoden: worden allergenen gescheiden opgeslagen?

3. Verwijderen of minimaliseren van besmettingsrisico’s

Neem maatregelen om allergenenbesmetting te verminderen, zoals aanpassing van processen of fysieke scheiding van allergenenvrije producten.

  • Verlaagt de kans op kruisbesmetting.
  • Vermindert de noodzaak voor waarschuwingsetikettering.

Advies:
✔ Werk met aparte productielijnen waar mogelijk.
✔ Zorg voor een vaste productieroute van geen naar wel allergenen.

4. Bewustwording en training van medewerkers

Medewerkers moeten het belang van allergenenmanagement begrijpen en correct handelen.

  • Voorkomt fouten in productie en etikettering.
  • Verhoogt de effectiviteit van het allergenenbeleid.

Advies:
✔ Train personeel, inclusief tijdelijk personeel, over allergenenbeheer.
✔ Gebruik praktijkvoorbeelden en visuele hulpmiddelen.

5. Communicatie en visuele ondersteuning

Duidelijke communicatie over allergenenbeheer met memo’s, borden en nieuwsbrieven.

  • Houdt medewerkers alert en voorkomt verwarring.
  • Verhoogt de naleving van de voorgeschreven procedures.

Advies:
✔ Gebruik kleurcodes en labels om allergenen te markeren.
✔ Maak procedures en instructies zichtbaar op de werkvloer.

6. Productontwikkeling en inkoop

Controle van allergeneninformatie in grondstoffen en recepturen.

  • Voorkomt onverwachte allergenen in grondstoffen.
  • Zorgt voor correcte etikettering.

Advies:
✔ Controleer leveranciersspecificaties zorgvuldig.
✔ Werk alleen met betrouwbare leveranciers die transparant zijn over allergenen.

7. Ontvangst en opslag van grondstoffen

Allergenen moeten correct worden ontvangen en opgeslagen.

  • Beschadigde of verkeerd gelabelde verpakkingen kunnen risico’s opleveren.
  • Foutieve opslag kan kruisbesmetting veroorzaken.

Advies:
✔ Voer visuele controles uit bij levering.
✔ Bewaar allergenen herkenbaar in een aparte opslagruimte / onderop.

8. Intern transport en productieproces

Beheer het transport van grondstoffen en producten om verspreiding van allergenen te voorkomen.

  • Transportmiddelen kunnen allergenen verspreiden.
  • Productievolgorde beïnvloedt besmettingsrisico’s.

Advies:
✔ Reinig transportmiddelen regelmatig.
✔ Werk met een productievolgorde van schoon naar besmet.

9. Schoonmaak en validatie

Reiniging van apparatuur en productielijnen na productie met allergenen.

  • Slechte schoonmaak kan allergenenresiduen achterlaten.
  • Validatie garandeert effectieve verwijdering.

Advies:
✔ Gebruik gevalideerde schoonmaakprotocollen.
✔ Controleer reiniging met allergenen- en ATP-tests.

10. Verpakken en etiketteren

Zorg dat etiketten correcte allergeneninformatie bevatten.

  • Foute etikettering is een belangrijke oorzaak van recalls.
  • Consumenten moeten veilig kunnen kiezen.

Advies:
✔ Controleer of alle ingrediënten en kruisbesmettingsrisico’s correct vermeld zijn.
✔ Gebruik de juiste waarschuwingsteksten als dat nodig is.

11. Risicocommunicatie (PAL – Precautionary Allergen Labelling)

Waarschuw alleen voor kruisbesmetting als deze niet te vermijden is.

  • Overmatig gebruik van waarschuwingen kan consumenten in verwarring brengen.
  • Zorgt voor een betrouwbare allergeneninformatie.

Advies:
✔ Gebruik alleen de waarschuwingen “Kan XXX bevatten” of “Niet geschikt voor XXX” als de kruisbesmetting boven de RD ligt.

Bron: https://normecfoodcare.com/kennis/whitepaper-allergenenmanagement/ en https://scicom.favv-afsca.be/wetenschappelijkcomite/adviezen/2022/_documents/Advies08-2022_SciCom2021-22_Referentiedosisallergenen.pdf

Vraag een vrijblijvend Condor Consult aan