Vanaf 1 januari 2026 gaat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) actief controleren op het juiste gebruik van Precautionary Allergen Labelling (PAL) bij voorverpakte levensmiddelen. Dat volgt uit een nieuwe beleidsregel die op 25 april 2025 is gepubliceerd en waarvan de NVWA op 18 december 2025 de handhavingsaanpak heeft toegelicht.
De inspecties richten zich niet alleen op wat er op het etiket staat, maar ook op de maatregelen die bedrijven nemen om kruisbesmetting met allergenen te voorkomen. Een correcte risicobeoordeling wordt daarmee het uitgangspunt.
Wat is PAL precies?
PAL staat voor Precautionary Allergen Labelling: een voorzorgswaarschuwing op het etiket voor allergenen die onbedoeld in een product terecht kunnen komen, bijvoorbeeld via productielijnen, machines of handling.
De NVWA accepteert twee vaste formuleringen:
- “Kan X bevatten”
- “Niet geschikt voor mensen met een X-allergie”
Belangrijk daarbij: PAL is geen extra zekerheid of ‘veiligheidsmarge’. Volgens de beleidsregel mag PAL in principe alleen worden gebruikt wanneer uit een onderbouwde risicobeoordeling blijkt dat vastgestelde referentiewaarden voor allergenen kunnen worden overschreden. Zonder die onderbouwing is PAL niet toegestaan.
Gevolgen voor retail: scherp sturen op specificaties en onderbouwing
Voor retailers heeft de nieuwe handhavingslijn duidelijke gevolgen, op twee niveaus.
- Retail als ketenverantwoordelijke en private-labelhouder
Wie producten onder eigen merk verkoopt of voorverpakt laat produceren, is afhankelijk van de allergenenonderbouwing van leveranciers. Een PAL-vermelding zonder degelijke risicobeoordeling is kwetsbaar. Maar het omgekeerde geldt net zo goed: géén PAL terwijl er wél een reëel risico is, is eveneens onjuist.
De beleidsregel maakt dit expliciet: de risicobeoordeling is leidend.
- Veel wisselingen vergroten het risico op inconsistentie
In retailorganisaties met veel dynamiek – wisselende leveranciers, batches, recepturen, productielijnen en etiketversies – ligt inconsistentie op de loer. Juist daar zijn strakke productspecificaties, versiebeheer en heldere afspraken over het toepassen van PAL essentieel.
Dit speelt het meest zichtbaar bij supermarkten, maar geldt in feite voor iedere retailer die met voorverpakte producten en/of eigen merken werkt.
Ambacht en horeca: andere regels, andere aandachtspunten
In ambacht en horeca ontstaat vaak verwarring over PAL. Dat is begrijpelijk, omdat veel producten niet voorverpakt worden verkocht.
Voor deze categorie gelden andere spelregels. De NVWA/VWS-beslisboom laat zien dat producten die op de plaats van verkoop worden verpakt (met een hoge omloopsnelheid) als niet-voorverpakt mogen worden beschouwd. In dat geval is geen volledig etiket nodig, maar wél:
- een productbenaming (bijvoorbeeld via schap- of toonbankkaart),
- en een duidelijke melding dat allergeneninformatie beschikbaar is.
Mondelinge allergeneninformatie: alleen onder voorwaarden
Allergeneninformatie mag bij onverpakte producten mondeling worden gegeven, mits aan drie voorwaarden wordt voldaan:
- het personeel kan de informatie onverwijld en correct geven vóór de aankoop;
- de informatie is schriftelijk of elektronisch vastgelegd en beschikbaar voor personeel en NVWA;
- er is een duidelijk zichtbare melding dat klanten het personeel kunnen vragen naar allergenen.
Dit sluit aan bij bestaande NVWA-uitleg voor horeca en ambacht.
Wanneer krijgt ambacht wél met PAL te maken?
Zodra een product echt voorverpakt is en dus onder het volledige etiketregime valt. De NVWA-beslisboom noemt expliciet dat (zelf)bereide producten die bevroren worden verkocht als voorverpakt worden beschouwd en volledig geëtiketteerd moeten zijn.
In die situaties kan PAL dus wel degelijk aan de orde zijn. De beleidsregel bevat bovendien een specifieke bepaling voor ambachtelijke levensmiddelen: PAL mag worden gebruikt als uit de risicobeoordeling blijkt dat kruisbesmetting in de praktijk mogelijk is.
Extra aandachtspunt voor horeca en ambacht
Tot slot kondigt de NVWA aan dat horeca- en ambachtelijke ondernemers extra alert moeten zijn op de etiketten van ingrediënten en (half)fabricaten. Die informatie vormt immers de basis voor correcte allergenencommunicatie richting de consument. De verdere uitwerking hiervan wordt nog besproken met het ministerie, brancheorganisaties, patiëntenverenigingen en de NVWA.
Conclusie
Met de nieuwe beleidsregel wordt het gebruik van PAL minder vrijblijvend en meer risicogestuurd. Voorverpakte producten vragen om aantoonbare onderbouwing; voor onverpakte producten blijft heldere en goed georganiseerde allergeneninformatie cruciaal. Wie zijn processen, specificaties en verantwoordelijkheden nu al op orde brengt, voorkomt problemen bij inspecties vanaf 2026.