Op 4 februari 2025 heeft de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) besloten om geen documenten openbaar te maken naar aanleiding van een Woo-verzoek betreffende de interne evaluatie van het Convenant onbedwelmd slachten volgens religieuze riten. Dit besluit roept vragen op over de transparantie en toegankelijkheid van informatie die van publiek belang is.
Het Woo-verzoek, ingediend op 23 december 2024, betrof de interne evaluatie van de NVWA die in het rapport van Deloitte van 15 november 2021 wordt genoemd. De NVWA heeft aangegeven dat één document is aangetroffen, namelijk een verslag van de interne evaluatie, maar besloot om dit niet openbaar te maken.
De NVWA baseert haar besluit op artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder i, van de Woo. Hierin staat dat informatie niet openbaar hoeft te worden gemaakt wanneer dit het goed functioneren van de overheid schaadt. De NVWA stelt dat openbaarmaking kan leiden tot terughoudendheid bij medewerkers om in de toekomst eerlijke input te geven bij vergelijkbare evaluaties. Dit zou volgens hen de kwaliteit van toekomstig onderzoek en de informatievoorziening aan de volksvertegenwoordiging in gevaar brengen. Aan gewoon de namen weglakken is blijkbaar niet gedacht.
Essentiële informatie wordt achtergehouden
Hoewel het begrijpelijk is dat interne evaluaties vertrouwelijke elementen kunnen bevatten, wekt dit besluit de indruk dat essentiële informatie over het toezicht op onbedwelmd slachten wordt achtergehouden. De NVWA geeft aan dat toezichthouders persoonlijke en morele bezwaren hebben geuit tegen onbedwelmd slachten, maar zonder openbaarmaking blijft onduidelijk hoe deze bezwaren in de evaluatie zijn verwerkt en of er beleidsaanpassingen zijn voorgesteld.
Daarnaast staat de weigering van de NVWA op gespannen voet met de doelstellingen van de Wet open overheid, die juist is bedoeld om transparantie en publieke controle te bevorderen. Door de evaluatie volledig af te schermen, wordt het debat over dierenwelzijn en religieuze slachtpraktijken belemmerd. Dit is zorgwekkend, aangezien deze discussie van groot maatschappelijk belang is en beleidsbeslissingen hierover een brede impact hebben.
Conclusie
Het besluit van de NVWA om de interne evaluatie niet openbaar te maken, roept vragen op over de mate van transparantie binnen de overheid. Hoewel bescherming van interne meningsvorming een legitiem belang is, moet dit worden afgewogen tegen het recht van de samenleving op toegang tot informatie. Een gedeeltelijke openbaarmaking, waarbij gevoelige persoonsgegevens worden afgeschermd, had een evenwichtige oplossing kunnen zijn. De NVWA zou meer verantwoording moeten afleggen over hoe zij de balans tussen vertrouwelijkheid en openbaarheid bewaakt, zeker in kwesties die zoveel publieke en politieke aandacht krijgen.