Uit recent vrijgegeven Woo-documenten van de NVWA blijkt dat residuen van bestrijdingsmiddelen in plantaardige producten – met name importproducten – een structureel voedselveiligheidsrisico vormen. Hoewel deze risico’s vooral geassocieerd worden met groente en fruit, hebben ze óók directe gevolgen voor de vleesverwerkende sector.
Kruiden, specerijen en marinades die gebruikt worden in vleesproducten komen regelmatig uit landen met een verhoogd risico op overschrijdingen van residulimieten. Daarnaast worden reststromen uit de plantaardige keten verwerkt in diervoeding. Voor vleesverwerkers, slagers en slachthuizen is dit geen ver-van-mijn-bedshow, maar een reële kwetsbaarheid in de keten.
Ethyleenoxide: een sluipend risico in specerijen
Een belangrijk onderdeel van het NVWA-onderzoek was de controle op ethyleenoxide – een gas dat gebruikt wordt voor het desinfecteren van voedsel, met name specerijen, zaden en gedroogde producten uit tropische gebieden. In landen als India, Vietnam en Egypte wordt ethyleenoxide nog geregeld ingezet om schimmels en bacteriën in specerijen te bestrijden.
Maar in de Europese Unie is het gebruik van ethyleenoxide in voedsel verboden, vanwege de gezondheidsrisico’s. Het is door de EFSA geclassificeerd als kankerverwekkend, mutageen en reproductietoxisch – met andere woorden: het kan kanker veroorzaken, het DNA beschadigen en de vruchtbaarheid aantasten.
Toch blijkt uit de Woo-documenten dat ethyleenoxide nog steeds structureel wordt aangetroffen in geïmporteerde kruiden en specerijen. Vooral producten uit India, Thailand en Vietnam scoren slecht. En juist deze specerijen worden veelvuldig gebruikt door (ambachtelijke) verwerkers.
De cijfers die zorgen baren
In 2021 onderzocht de NVWA 1.262 plantaardige monsters. Daaruit bleek:
- Bij import uit derde landen werd in 11,2% van de gevallen de MRL overschreden, versus 1,3% in de EU.
- In kruiden, specerijen en specerijenmengsels werd herhaaldelijk ethyleenoxide aangetroffen, vaak ver boven de toegestane limiet van 0,05 mg/kg (feitelijk: nul is toegestaan).
- Producten als peterselie, koriander, kaneel, munt en gember uit India en Vietnam zijn veelvuldig in overtreding.
Dit is bijzonder relevant voor (ambachtelijke) verwerkers, omdat dergelijke specerijen zelden in hun pure vorm worden geleverd: vaak komen ze als mengsel, marinade of halffabricaat binnen – waarbij de herkomst lastig te achterhalen is.
De verantwoordelijkheid ligt verkeerd
Wat uit de Woo-stukken blijkt, is dat de controle zich vooral richt op eindproducten. De vleessector draagt zo een steeds zwaardere verantwoordelijkheid om voedselveiligheid te borgen – terwijl de bron van het probleem vaak ligt bij het gebruik van gevaarlijke stoffen in andere delen van de keten.
Zolang ethyleenoxide nog voorkomt in producten die via import op onze markt terechtkomen, lopen verwerkende bedrijven onbedoeld risico op recalls, imagoschade of boetes. En dat terwijl de middelen zelf – terecht – verboden zijn in Europa.
Wat nodig is
- Een Europees importverbod op producten met herhaaldelijke MRL-overtredingen.
- Strengere grenscontrole op kruiden, specerijen en samengestelde producten.
- Volledige transparantie in de keten: waar komen kruiden vandaan, en hoe zijn ze behandeld?
- Betere bescherming van vleesbedrijven tegen risico’s waar zij zelf geen invloed op hebben.
Voedselveiligheid moet verankerd zijn in élke schakel van de keten. En dat begint bij een krachtig en consequent beleid tegen stoffen als ethyleenoxide. Want de consument rekent niet af met de specerijenhandelaar, maar met het stukje vlees op zijn bord.
Bron: https://open.overheid.nl/documenten/eea41d9d-6412-4301-b478-58f4797c7ffc/file