Risico’s bij een incident op de slachtlijn

Bij technische storingen of andere incidenten op de slachtlijn kunnen karkassen langer dan gebruikelijk blootgesteld blijven voordat ze worden gekoeld. Dit kan risico’s met zich meebrengen voor de voedselveiligheid. Het Belgisch Wetenschappelijk Comité, ingesteld bij het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV), heeft november 2024 een advies uitgebracht over hoe hiermee om te gaan op basis van microbiologische analyses en organoleptische beoordelingen.

 

De aanbevelingen richten zich op:

  • De maximale tijdsduur dat een karkas op de slachtlijn mag blijven.
  • De noodzaak van microbiologische tests en organoleptische beoordelingen bij langere stilstand.
  • Het aanpassen van de bestaande FEBEV-procedure naar een gestandaardiseerde aanpak met twee scenario’s.

Kernconclusies en Beleidsaanbevelingen

  • Tijdslimiet van 2 uur: Tot 2 uur na het verbloeden is er geen significant verhoogd risico voor voedselveiligheid.
  • Microbiologische tests bij langere stilstand: Indien de stilstand langer dan 2 uur duurt, moeten 10% van de betrokken karkassen microbiologisch worden onderzocht op totaal kiemgetal (TKG) en Enterobacteriaceae.
  • Organoleptische evaluatie: Na minimaal 18 uur koeling moeten de karkassen worden beoordeeld op geur, kleur en textuur.
  • Aanpassing sectorale procedure: FEBEV’s oorspronkelijke vier scenario’s worden teruggebracht naar twee:
    1. Stilstand minder dan 2 uur → standaardprocedures blijven gelden.
    2. Stilstand langer dan 2 uur → microbiologische analyses en organoleptische evaluatie nodig.

 

Praktische richtsnoeren: Te nemen maatregelen per fase

  1. Incidentdetectie en eerste respons
  • Wat?
    • Vaststellen van de aard en oorzaak van de stilstand (mechanisch, elektronisch, externe factor).
    • Communicatie met verantwoordelijke personen en dierenarts.
  • Waarom?
    • Voorkomen van onnodige wachttijd.
    • Opstarten van corrigerende maatregelen.
  1. Maatregelen bij stilstand korter dan 2 uur
  • Wat?
    • Karkassen blijven op de slachtlijn zonder aanvullende analyses.
    • Snelle afhandeling zodra de slachtlijn herstart.
  • Waarom?
    • Volgens wetenschappelijk onderzoek verhoogt een wachttijd tot 2 uur het voedselveiligheidsrisico niet significant.
  1. Maatregelen bij stilstand langer dan 2 uur
  • Wat?
    • Microbiologische bemonstering:
      • Monsters nemen van 10% van de getroffen karkassen (minimaal 5 stuks).
      • Testen op totaal kiemgetal (TKG) en Enterobacteriaceae.
    • Organoleptische beoordeling:
      • Uitvoeren na minimaal 18 uur
      • Beoordelen van kleur, geur en textuur van het vlees.
    • Waarom?
      • Grotere kans op microbiële groei bij langere blootstellingstijd.
      • Organoleptische afwijkingen kunnen wijzen op bederf.
  1. Evaluatie en besluitvorming
  • Wat?
    • Als de microbiologische testwaarden onder de drempelwaarden blijven en de organoleptische beoordeling geen afwijkingen toont, wordt het vlees geschikt verklaard.
    • Als de drempelwaarden worden overschreden of organoleptische afwijkingen worden vastgesteld, wordt het vlees afgekeurd.
  • Waarom?
    • Waarborgen van voedselveiligheid en naleving van de Europese regelgeving (EG 2073/2005).

 

Conclusie

Deze procedure biedt een wetenschappelijk onderbouwde en gestandaardiseerde aanpak bij incidenten op de slachtlijn. De aanpassing van de FEBEV-procedure naar twee scenario’s maakt de uitvoering eenvoudiger en zorgt voor een uniforme werkwijze in de sector.

 

Bron: https://scicom.favv-afsca.be/wetenschappelijkcomite/adviezen/2024/_documents/SciCom2024-08-IncidentopdeslachtlijnV5.pdf

 

Vraag een vrijblijvend Condor Consult aan